Het Banks schiereiland is miljoenen jaren geleden ontstaan als vulkanisch eiland met twee grote vulkanen, en later aan het vasteland vastgegroeid. Er vinden geen erupties en lavastromen meer plaats, behalve periodiek flinke toeristenstromen uit de richtig van Christchurch. Het is hier nu het equivalent van eind april, en dus het vroege voorseizoen. Het is niet druk, maar wel mooi.
We maken een uitgebreide rit over het Peninsula, waarbij watertandend mooie vergezichten op Akaroa Harbour (de zeearm) te bewonderen zijn. Vanwege het voorseizoen is het lekkere zonnetje vergezeld van een straffe en koude wind, met plotselinge mistbanken. We genieten met z'n tweeen voor een volle touringcar. Hoewel zo'n ding hier helemaal niet kan komen. 'Unsuitable for campervans', staat er gewaarschuwd bij de route.
Bij het information Centre wordt gewag gemaakt van de mogelijkheid tot een Penguin Tour. Melden om half zes voor het Information Centre (dat om vijf uur dicht gaat). De vorige keer dat we in Nieuw Zeeland waren, hebben we welgeteld een penguin gescored. We bestellen dus meteen tickets, en bezichtigen in afwachting van het aanbreken van Het Tijdstip een stukje Akaora.
Het is aan de waterkant in ieder geval pittoresque. Er is hier sprake van een French Connection. in 1840 waren de Fransen bezig hier een Franse colonie te stichten. Maar net voordat de grote golf zou gaan arriveren, sloten de Engelsen een verdrag met de Maori's (Waitangi Treaty), en werd New Zealand dus Engels. De Fransen die er al waren integreerden volledig, maar de golf bleef uit. Een vleugje Franse couleur locale echter is commercieel gezien wel handig, dus kan je hier wandelen door de rue Benoit, stokbrood kopen in de supermarkt (indien niet uitverkocht), en essence tanken bij de Shell. Helaas missen we het 'French Fest' van aanstaande weekend, want dan zijn we allang verder gereisd. Frans spreken ze hier absoluut niet, dus het 'laisser les bon temps rouler' wordt 'let the good times roll'.
En dat gaat vanavond geweldig lukken. Klokslag drie minuten voor half zes worden we aangesproken door een hartelijke jonge vrouw met meer dat een druppel Maori-bloed. 'You guys doin' the Penguin Tour? Great! welcome to the tour'. Ze blijkt het nichtje te zijn van ..., die de tour normaal doet, 'but she's busy in Christchurch'. De tour blijkt voorlopig uit ons drieen te bestaan. We stappen in een 4wd-voertuig met 'Penguin Tour' erop en klimmen steil omhoog richting Flea Bay, alwaar de beloofde penguins zich zullen vertonen.
Het nichtje babbelt honderuit over de omgeving, over de opossums uit Australie die hier veel schade aanrichten, dat ze hier veel groter worden dan in hun land van afkomst, over enorme insecten die hier voorkomen, en smakelijk werden geroosterd en opgegeten door de Maori's. Bij een fotostop laat ze een houten box zien waar ze rondkruipen. Brrr! Geef mij maar een rauwe haring! Onderwijl stijgen we gestadig over de vulkaanrand en dalen we daarna weer steil af naar de zeekant. Onderwijl passeren we vier wildroosters, drie hekken, die met de hand eerst open moeten, auto erdoor, en weer gesloten, en twee touristen die geen 4wd hebben. Tenslotte komen we aan bij de schapenhouderij / penguin reserve / camping. We mogen assistentie verlenen bij het voeren van vijf verweesde lammeren, die zuigen aan de flessen warme melk als ... zuiglammeren.
Wel een dankbaar corvee. Hierna voegen een aantal kampeerders zich bij de expeditie en worden we voorzien van verrekijkers en camouflage-poncho's . Penguin-kuikens schijnen zich lam te schrikken als ze een bewegend felgekleurd object zien, zoals een toerist in een rode regenjas. We bewegen / klauteren langs de steile rotsachtige kust, laverend langs de schapen-poo (shit kennen ze hier niet). Overal zijn nestkasten voor de penguins geplaatst, die ze zelf kunnen uitgraven tot een lekker hol voor hun kuikens. Sommige kasten kunnen van boven open, en er zitten inderdaad kuikens in. Ze schrikken niet heel erg, want we zijn prettig gecamoufleerd, en flitsen niet met onze camera's. Ruiken de chicks kuikentjesfris? Nee, ze meuren naar vis. Dat eten ze namelijk.
Als we de baai rondkijken met onze verrekijkers, zien we de ouders ronddobberen in groepjes. Ze komen pas bij donker aan land. Wel is er een yellow eyed penguin aan land gekomen, een jong mannetje, die zich opzichtig staat te wassen. Die zijn erg zeldzaam, hier in het reservaat zijn er minder dan tien. De rest (een paar duizend) zijn zwart met een wit biesje over de vleugel.
Verderop zit een nieuwsgierig rondkijkende zeehond te luieren op een rots. Waar komen de toeristen van vandaag nu weer vandaan? Holland? Is dat hetzelfde als Pieterburen? Dan is het goed. How, how, how!
Als het donker begint te worden zien we inderdaad clubjes wit gebiesde penguins aan land scharrelen en wat onhandig over de rotsen klimmen. Als we de gids mogen geloven geloven, verspreiden ze zich over het gehele terrein. Tot onder het toiletgebouw van de camping. En er is zelfs een tiental nesten in de bloementuin. Al dat wit overal, dat is penguin-poo.
Als het te donker wordt om nog wild life te zien, gaan we weer terug naar Akaroa over de steile weggetjes. Onderweg rijden we bijna nog een opossum aan, en tenslotte zien we de lichtjes van Akaora opdoemen. Om klokslag drie voor negen worden we keurig afgezet bij ons rode vehikel. 'Thanks for this wonderful experience'. 'You're more than welcome'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten