maandag 31 oktober 2011

31 oct – Circle Track & Adventure Manapouri


Beste vrienden,  volgers en Edje,

De weersvoorspelling werkt hier net als in Schotland. Kan je de bergen zien, dan gaat het regenen. Kan je ze niet zien, dan regent het al. Allemaal flauwekul natuurlijk. Er is hier gewoon een buienradar. En die geeft inderdaad regen aan. We hebben vandaag even geen zin in een helicoptervlucht, dus we gaan een wandeling maken. De beste optie schijnt de Circle Track te zijn, een rondwandeling van drie en een half uur met mooie uitzichtpunten, en niet te steil. We steken ons licht op bij Pearl Harbour Information Center, in het haventje van Manapouri. Om bij het beginpunt van de wandeling te komen, moeten we eerst de Waiau River oversteken, blijkt.



De vriendelijke dames van de VVV bellen Donna & Mike van Adventure Manapouri voor ons, want die hebben het monopoly over het river crossing gebeuren. Je heb de keuze tussen een lift met de watertaxi of zelf roeien. We huren een van de twee aanwezige roeiboten, want dan heb je wat meer kontrole over de terugreis. We krijgen van Donna twee zwemvesten mee, twee roeispanen en een duwtje in de goede richting. En na een goeie kilometer leggen we aan bij het begin van de Circle Track.
De wandeling begint idyllisch in het sprookjesachtig bos vol birches zoals ze heten, maar ze lijken helemaal niet op berken. De bodem is helemaal bedekt met een prachtig dik mostapijt, en met groene varens. Op een gegeven moment wordt het pad steeds vaker onderbroken door sijpelende beekjes. Daar is het kledderig en glibberig. Dat betekent hink-stap-springen over eilandjes van half vermolmde takken. Als er ook een omgevallen boom over het pad ligt, moet het nog gebukt ook. Op uitglijden staat een zware straf: een modderbad en daarna een modderfiguur.


Gelukkig wordt het pad verderop droger. Misschien omdat het daar met een hoek van veertig graden omhoog gaat. Maar het is nog steeds idyllisch, hoor. Je hoort allerlei vogels zingen, sommige geluiden zijn zo exorbitant dat je denkt met een synthesizer van doen te hebben. Maar het zijn toch vogelgeluiden. Opeens zijn we dan toch op het hoogste punt aangekomen. Na een tijdje uitpuffen kunnen we genieten we van het uitzicht. In het Maori heet Lake Manapouri 'meer van vele eilanden'. We staan op een uitgestoken richel en de wind zoeft hier door de boomtoppen. Hier en daar knerst en kniert het, daar waar er stammen tegen elkaar aan schavielen in de wind.






De weg terug is een stuk minder heftig, maar op sommige plekken moeten we toch het mos in stappen, om om een omgevallen boom heen te komen. Dat voelt of je in een stapel schapenvellen stapt. Toch zonde van het mos. We komen ook even bij de oever van het meer. De bomen staan bijna tot in het water. En er dreigt nu toch regen.
Bij de steiger aangekomen zien we dat boot nummer twee ook is overgestoken, en naast de onze ligt. Dat betekent dat er nu weer twee mensen aan het hink-stap-springen zijn, en later dankbaar van het uitzichtpunt zullen genieten. We zijn erg blij, dat het tot nu toe droog is gebleven. Pas als we weer teruggeroeid zijn, vallen de eerste voorspelde druppels.
Terug in Misty Mountains Lodge, ons knusse huisje, gaan we even buurten bij het main building. Hunter en ... blijken een gezellige gastheer en -dame te zijn, die erg bezorgd zijn om de pricacy van hun gasten. Hunter heeft zijn halve leven doorgebracht als professioneel jager, en is net terug van een vijfdaagse wandeltocht bij Milford Sound, als gids. Hij kent ook de Hoge Veluwe, waar ie ooit eens op bezoek is geweest. Net het enige postzegeltje wildernis wat in Nederland over is. Gezelligheid kent geen tijd, en de wereld is af en toe net een dorp.
De huis-chef maakt risotto met diepvrieserwten klaar, en prettig gerookte zalm. Gekruid met een illegaal teentje knoflook. Smaakt dubbel lekker.

30 oct –Takape’s & Misty Mountains


Beste vrienden en volgers,

De route naar Manapouri is beeldschoon, en weer met de nodige meren, Wakatipu, Te Anau en Manapouri, en met nog meer besneeuwde bergen. Maar om dat allemaal weer groots te beschrijven is niet zo interessant voor jullie. Zet eens de Symponic Poems op van Antonin Dvorak of als je die niet kan vinden , de Symphony from the New World. Dat geeft je een beetje het gevoel. Met excuses aan de Jazz, Pop en Ar&bie aanhangers.


In Te Anau (het plaatsje) duiken we de plaatselijke Subway’s in. Voor wie het niet weet: dat is een soort McDonald’s, maar dan voor vers belegde stokbroodjes. Je geeft enkele persoonlijke keuzes op, vriendelijk en in de juiste volgorde geprompt door het plaatselijke personeel, en zij gaan ondertussen aan de slag voor je. What kind? (te lezen op het menubord boven de toonbank). 6-inch or 1-foot? (hoe groot is de trek). White or Wheat? (wat voor broodje). Toasted? (even onder de gril). Any veg? (wijs aan welke sla, augurk enzo je wilt). Sauce? (een knijpfles uit een rek van tien). Salt&pepper? (spreekt voor zich). To go? (inpakken of hier opeten). Any drinks? (pak een fles gekoeld water of cola naar keuze). En afrekenen maar. Met Creditcard. Zo bestel ik een: How’re you? Fine thanks. Beef&Cheese please, 6-inch, Wheat,Toasted, a little bit of Everything please, bbq-sauce, yes please,to go, coke. Marca heeft liever een tuna met mayo en water.
Gewapend met deze lunch bezoeken we het vogelpark van Te Anau. Als we het nog weten van de vorige keer dat we hier waren, zijn er Takape’s te bewonderen, een soort inheemse dodo-achtige struinvogel.



En erg zeldzaam in het wild (een populatie van tweehonderd). En inderdaad, ze zijn er nog. Enkel vogels die het even niet redden in het wild, worden hier gehouden, en ze worden zo snel mogelijk weer uitgezet. Ook andere soorten zijn er. Onder andere Charlie Brown. Dat is een kaka, die sinds haar jeugd in kleine kooien heeft gezeten. Charlie blijft hier forever. Please talk to Charlie. She enjoys visitors.
Je wordt verzocht je eigen ‘rubbish’ mee terug te nemen, en een gold coin p.p. (twee dollar) als donation achter te laten. Dit alles voor de vogels. Dus vertrekken we met het Subway-papier en lege flesjes, een paar dollars armer, maar met een goed gevoel. See you Charlie!
Misty Mountain Lodge is een huisje in het bos. Er hangt een briefje aan de deur ‘Welcome Hans & Marca, we are out tonight, but make yourselves at home’, en de sleutel zit in het slot. Het uitzicht op de’Misty Mountains’ is subliem.

29 oct - Rob Roy Glacier & Wanaka Springs


Beste vrienden en volgers,




We logeren in Te Wanaka Lodge, dat gerund wordt door Wayne. Het is een soort Youth Hostel, maar dan vijf graden luxer. Wil je een biertje, pak 'm uit de fridge, en zet een streepje bij je kamernummer. Wil je internetten, ga je gang en noteer hoelang je ongeveer bezig bent, en denk een beetje om je medegasten, die misschien ook even willen. Ben je aan een uur, reken vijf dollar af. Wil je een praatje pot met iemand, ga in de lounge zitten. En Wayne maakt 's morgens voor iedereen gebakken eieren met spek, en zijn koffie is 8,5 keer zo goed als bijvoorbeeld (ofwel met name) in de Kromhoutkazerne. Wayne is stevig gebouwd, kort gebroekt, lang van stof, Maori, en erg aardig. Het Youth Hostel effect wordt verkregen door dat het allemaal wat gehorig is.
Aldus gesterkt (haha) pakken we een rugzak in met: regenkleding, truien, kaarten, water, belegde broodjes, zonnebrillen, factor 30, hoeden, telefoon enz, enz. De klassieke Engelse toevoeging is: 'and the kitchensink'. We gaan wandelen bij Rob Roy Glacier.



De weg erheen is arcadisch dat wil zeggen, er is uitgebreide veeteelt, de weg is ongeplaveid, en het is er mooi. Tegen het eind zijn er wel veel fords, doorwaadbare beekjes die dwars over de weg lopen. De eerste nemen we met de auto, de volgende is zo diep dat we maar verder gaan lopen. De 4WD-wagens rijden wel gewoon door. Als ook de 4WD's niet meer verder mogen, begint de wandeling pas echt. When the going gets though, the tough get going (citaat uit de film 'Romancing the Stone'). We zitten nu vrij hoog in de bergen, het is frips, en het druppelt.
We steken de West Matukituki rivier over per zwiepende tweepersoons hangbrug, en het pad wordt laten we zeggen redelijk geaccidenteerd. Het gaat een nauw ravijn in, met aan de linkerkant een woeste gletcherstroom. Als je niet nat wordt van de regen, dan wel van het zweet. Want het is wel werken voor twee redelijk ongeoefende vijftigers. Heel wat wandelaars passeren ons fluitend. Maar wij komen er ook wel. Easy does it. Het eerste bos dat een niet-regenwoud is, is ook het eerste woud waar het daadwerkelijk regent. De bomen zijn zwaar bebaard met lichtgroen mos, en er zijn enge passages, waar het pad nogal is weggevaagd door een steenlawine, en je zomaar de gletcherstroom in kan glijden als je niet uitkijkt. Als we uiteindelijk bij de uiterste tong van Rob Roy Glacier aankomen, regent het pijpestelen, en is het miezerig koud. Toch genieten we van de voorstelling die Rob Roy voor ons in petto heeft. We staan toch nog een goede honderd meter beneden de gletchertong , wanneer een gedonder als bij een onweer losbarst. Er komen flinke stukken gletcher los, en donderen letterlijk naar beneden. Gelukkig niet op onze hoofden.







Bergaf is een makkie, het wordt droog, onze kleren ook, en het zonnetje schijnt weer. Bij het parkeerterrein ritselen we een lift van twee aardige Fransen, die ons over de fords rijden. Ze tracteren ook nog op muffins. Merci beaucoup mes amis! We zijn inmiddels wel redelijk gaar. Terug in Te Wanaka Lodge tracteren we onszelf op een sit-in in de Hot Tub van 42 graden om de spieren te ontspannen. We brengen nog een hello-bezoekje aan Wanaka Springs Lodge, ons adresje van de vorige keer, waar we met open armen worden ontvangen. We worden herkend, maar de namen zijn vergeten. Heb ik ook altijd. Daarna gaan we lekker uit eten.
O ja, de tegeltjes. In het parkje langs de oever van het meer liggen tegeltjes. Eentje per jaartal. De wereldgeschiedenis in het algemeen, en de historie van Wanaka in het bijzonder, alles in een notedop, gedoneerd door de plaatselijke middenstand en het verenigingsleven.




zaterdag 29 oktober 2011

28 oct - Clay Cliffs & Lindis Pass

Beste vrienden en volgers,

Vandaag een kijkoperatie uitgevoerd op hutkoffer B, om de reden te achterhalen waarom ie inzakt zodra je de rits opentrekt. Welaan: de stevigheid kwam van een stuk plastic, dan nu in duizend puzzelstukjes in de voering zit. En het linkerwiel is vierkant, of liever gezegd driehoekig. Nr. B is rijp voor de kofferhemel, maar hij moet nog even volhouden en de airports van Auckland, Hong Kong en Schiphol afstrepen. De puzzelstukjes worden geextraheerd, alsmede een laagje rood zand uit Australie, en twee illegale knoflooktenen. Had bij aankomst in Christchurch mooi $200 boete kunnen kosten.
We zijn voor ons doen lekker vroeg op pad en we hebben geen haast. We gaan nog een laatste blik op Lake Tekapo werpen. Het water van het meer is vandaag niet azuur. Hoe zou dat komen? We rijden nog een keer Mount John op, om poolshoogte te gaan nemen. De oplossing is verrassend: er geen wind, en het oppervlak van het water is volkomen rimpelloos. De wolken die boven de toppen van de achterliggende bergen hangen, worden weerspiegeld door het water. Die wolken zijn grijs, dus het water is ook grijs.



Dat azuur komt overigens doordat het gletcherwater een fijn slik bevat dat mee is gekomen uit de bergen. Het zonlicht dat op het water valt, wordt hierdoor verstrooid en het blauwe licht wordt het meest weerkaatst. Het water is ook niet doorzichtig, maar een beetje opaque.
Dan gaan we op weg richting Lake Wanaka. Zo heet het meer. Het bijbehorende stadje heet Wanaka, zonder Lake deze keer. En om het ingewikkeld te maken, Wanaka heette tot 1940 Pembroke. Dat is het leuke hier, veel plekken met namen uit Europa, uit heimwee gegeven, en veel oude Maori namen, alles door mekaar.
Onze routekaart staat vol met aanduidingen van plaatsen waar ze gefilmd hebben voor 'The Lord of the Rings'. Nou, dat zal best, het Zuideiland erg fotogeniek. Maar we gaan niet speciaal omrijden om locaties te bekijken. Ten eerste hebben we niet elke scene van de film op het netvlies om te verglijken met de life versie, en ten tweede ben je dan wel een maandje of wat bezig. Mmm..., best een idee eigenlijk.
Dit stuk van het Zuideiland bestaat uit valleien die ten tijde van de ijstijden zijn uitgesleten door enorme gletchers. Die gletchers zijn allang weggekrompen. Ze hebben echter op sommige plaatsen enorme bergen slib vermengd met lossen stenen (morenen) achtergelaten. Bij Clay Cliffs ligt ook zo'n enorme hoop. Aangezien het allemaal los spul is, erodeert het vrij snel, met als resultaat spectaculaire formaties. In Europa hebben we eenmaal iets dergelijks gezien bij Lago Iseo in Noord Italie (pyramiden).
Om bij Clay Cliffs te komen moet je kilometers over ruige gravelwegen rijden, en hekken openmaken, en weer dichtdoen, anders verdwalen de schapen. Bij het laatste hek word je verzocht om een fee van $5 per voertuig te betalen bij het informatiecentrum in Omarama verderop. Wat we na afloop trouw doen, want het was erg de moeite waard:




Vervolgens rijden we over Lindis Pass en door Lindis Valley richting Wanaka. Dat is voor ons in een uurtje gepiept, maar goudzoeker Robert Booth had er in 1861 vier dagen voor nodig. Bij een picknickplek langs de kant van de weg staat een bord met een deel van zijn relaas. Men was op een gegeven moment door kou en ontbering toe aan het openen van een fles whisky. Die bleek water te bevatten. En de rest van de twaalf flessen die ze bij zich hadden ook. Dat was balen! Veel goud bleek er overigens ook niet te vinden te zijn in de streek.
In Wanaka waren we al eerder een paar jaar geleden. Maar nu is het prachtig weer, en het uitzicht op het meer is puik. Langs de hele Southern Alps heb je trouwens gletcher meren, Tekapo, Wanaka, Pukaki, Hawea, Ohau, Wakatipu en ik zal er nog wat vergeten. We gaan ze niet allemaal bezoeken. Hoewel..., best een idee, ooit.
Nieuw Zeeland is erg schoon, en men doet fanatiek aan gescheiden afval inzamelen.

 



 

donderdag 27 oktober 2011

27 0ct – Mount John Observatory & Star Gazing

Beste vrienden en volgers,

Aldourie Lodge is een heel aangename plek om te verblijven, maar er staat ook weer een stevig stukje wandelen op het programma. Mount John (1050 meter) ligt even buiten Lake Tekapo (700 meter) klaar om door ons bedwongen te worden. Op de top is een sterrenkundig observatorium van de universiteit van Canterbury, met telecopen in van die ronde koepels. De beloning voor het beklimmen is een 360 graden uitzicht op de omgeving. Die is eenvoudigweg niet te beschrijven. Verbluffend. En foto's doen er geen recht aan.




Als bonus bestellen we cappucino en sandwiches in het Astro Cafe, dat zich ook op de top bevindt. Erg lekker, en niet astronomisch geprijsd, gezien de lokatie. Op de menukaart kan men een kleine Astro-quiz doen. Vraag 1 is: 'What is the answer to the question of Life, the Universe & Everything?' Een makkie: tweeenveertig. Vraag 2: 'What is the essential piece of equipment for the Astro-backpacker? Weer een makkie: een handdoek. Na het halen van een acht voor de gehele quiz dalen we af langs de andere kant van Mount John, en wandelen langs de oever van Lake Tekapo terug naar het gelijknamige plaatsje.


Onderweg geven de leeuweriken van de omgeving een concert vanuit de lucht, even later begeleid door het rustige kabbelen van het ijskoude gletcherwater tegen de oever. Het water hier is nog azuurder dan het water bij de cote d'Azur. En dit wandelen is veel beter dan het lopende band werk in de sportschool.
's Avonds gaan we nog een keer mount John op, voor het 'Star Gazing', deze keer comfortabel in een busje, en voorzien van leenparka's. Het kan hier erg koud worden, en vorige week lag er nog een pak sneeuw. De groep wordt verdeeld over Chris, die uit Amerika komt, een Japans sprekende gids, en eentje die Mandarijn spreekt, voor de Chinezen onder ons. De nacht is prachtig helder, en er is veel te zien. Alle licht moet uit, want er zijn ook wetenschappelijke observaties aan de gang. We kunnen Chris dus niet zien in het donker, maar hij klinkt als een nerd, met een soort giegel aan het eind van elke zin. Maar hij weet wel alle sterrebeelden aan te wijzen met een groen laser-lichtje. Je kan op het zuidelijk halfrond het Zuiderkruis zien, maar ook de wolken van Magaelhaes en natuurlijk de Melkweg.



Er staan ook wat kleine telescopen opgesteld op het terras van hetzelfde Astro Cafe als waar we vanmiddag gelunched hebben. En hiermee kan je sterrenhopen bekijken. Maar het mooiste is natuurlijk de 40 cm spiegeltelescoop in een van de ronde koepels. Kinderspel in vergelijking met het professionele werk, maar sterk genoeg om Alpha Centauri te kunnen identificeren als een dubbelster, de Tarantula-nevel te bewonderen, en als uitsmijter Jupiter te aanschouwen compleet met een aantal manen en het bekende strepenpatroon op de oppervlakte. Veel te snel is het half twaalf uur en tijd om af te nokken.

26 0ct – Canterbury Planes & Lake Tekapo

Beste vrienden en volgers,

We ontbijten met een restje sublieme kaas, checken uit bij Akaora Cottages en rijden langs Barrys Bay het peninsula weer af richting Canterbury Planes. Die zijn vooral plat, en alleen interessant als je van schapen houdt en kilometerslange ligusterheggen die zijn geplant als windvang voor de weiden. Het enige fotografabele is een rijtje vintage cars bij een garage in Hind, en zelfs dat vindt niet iedereen interessant. Bij helder weer kan je vanaf de Planes de Southern Alpes zien liggen, maar vandaag niet.





Het plaatsje Geraldine overrompelt ons met een machtige ervaring. Men heeft hier een openbare WC, die je opent met een druk op een knop, waarna de gehele pui uitnodigend maar geruisloos openschuift. Je treedt een ruim vertrek binnen onder het genot van een kalmerend pianomuziekje. Meester Kleidermann, wij zouden het zeer op prijs stellen als U ons de eer aan wilt doen, om voor de openbare toiletten van Geraldine een smaakvol pianostuk te componeren. Nou, hij heeft het voor elkaar gekregen. Waarlijk een klaterend meesterstuk. De ervaring wordt gecompleteerd door het Pontius Pilatus ritueel van het handenwassen: aan de zijkant bevindt zich een brede gleuf; als je je handen in het midden houdt, stroomt er water over je vingers en gaat tegelijk de stortbak af. Beweeg je handen naar links en er komt zeep. Beweeg ze tenslotte naar rechts, en je vingers worden prachtig drooggeblazen. Fantastisch. Komt allen naar Geraldine.
Aldus gelouterd passeren we Burkess Pass en bereiken we de hoogvlakte waarop Lake Tekapo gelegen is. En hier komen de machtige chocoladetaarten met poedersuiker vol in zicht. Aan het meer, in een plaatsje dat gewoon ook Lake Tekapo heet, ligt de Church of the Good Shephard. Het kerkje heeft achter het altaar een groot raam met uitzicht op het meer en de bergen erachter. Mooier dan het mooiste altaarstuk. Ons logeeradres blijkt een heel huis te zijn, even achter het kerkje. Er is een salon met een oude piano en een open haard, een blibliotheek, drie slaapkamers en een badkamer met ligbad (op pootjes). En een toilet met een rustieke houten stortbak. Maar zonder muziek. Verder een tuin met tulpen en uitzicht op de Good Shephard. En een ontzettend lieve gastheer, die meteen aan komt zetten met allerlei verwarmingsradiatoren, als wij alleen maar komen informeren hoe de open haard aan moet.
Het huis is in de jaren dertig gebouwd door een Schotse immigrant, die hier vanaf 1900 meer dan vijfendertig jaar politieman is geweest. Iedereen hier kende Mac the Cop. De historie van het huis is te lezen in een bescheiden foliant die op de dinertafel ligt. De buitenwanden van het cottage zijn van dat typische Nieuw-Zeelandse golfplaat (een beetje als de huid van de ouwe Citroen-busjes uit de jaren vijtig), maar het glimt als nieuw. De gastheer vertelt het geheim: toen hij het huis kocht en grondig renoveerde, heeft hij de oude golfplaten eenvoudig omgekeerd. De verweerde kant zit nu aan de binnenkant.



De pot schaft vanavond penne met creme fraiche en gerookte wilde zalm, bereid door onze meereizende chef, die zwijmelt bij het aanschouwen van de keuken. Er is de keuze uit servies met roze roosjes, of romantische blauwe wilde bloemen met een gouden randje. We doen allebei.
 
 
 


woensdag 26 oktober 2011

25 0ct – Peninsula Tourist Route & Penguin Tour

Beste vrienden en volgers,




We ontbijten met chiabatta uit de magnetron en een lokale kaas uit Barrys Bay, zijnde respectievelijk het enige overgebleven brood uit de supermarkt, en de enige kaas met een gold medal op het etiket. De kaas heet Maasland (ze hebben vast een maas in de wet gevonden die dit mogelijk maakt), en is inderdaad voortreffelijk.
Het Banks schiereiland is miljoenen jaren geleden ontstaan als vulkanisch eiland met twee grote vulkanen, en later aan het vasteland vastgegroeid. Er vinden geen erupties en lavastromen meer plaats, behalve periodiek flinke toeristenstromen uit de richtig van Christchurch. Het is hier nu het equivalent van eind april, en dus het vroege voorseizoen. Het is niet druk, maar wel mooi.




We maken een uitgebreide rit over het Peninsula, waarbij watertandend mooie vergezichten op Akaroa Harbour (de zeearm) te bewonderen zijn. Vanwege het voorseizoen is het lekkere zonnetje vergezeld van een straffe en koude wind, met plotselinge mistbanken. We genieten met z'n tweeen voor een volle touringcar. Hoewel zo'n ding hier helemaal niet kan komen. 'Unsuitable for campervans', staat er gewaarschuwd bij de route.
Bij het information Centre wordt gewag gemaakt van de mogelijkheid tot een Penguin Tour. Melden om half zes voor het Information Centre (dat om vijf uur dicht gaat). De vorige keer dat we in Nieuw Zeeland waren, hebben we welgeteld een penguin gescored. We bestellen dus meteen tickets, en bezichtigen in afwachting van het aanbreken van Het Tijdstip een stukje Akaora.






Het is aan de waterkant in ieder geval pittoresque. Er is hier sprake van een French Connection. in 1840 waren de Fransen bezig hier een Franse colonie te stichten. Maar net voordat de grote golf zou gaan arriveren, sloten de Engelsen een verdrag met de Maori's (Waitangi Treaty), en werd New Zealand dus Engels. De Fransen die er al waren integreerden volledig, maar de golf bleef uit. Een vleugje Franse couleur locale echter is commercieel gezien wel handig, dus kan je hier wandelen door de rue Benoit, stokbrood kopen in de supermarkt (indien niet uitverkocht), en essence tanken bij de Shell. Helaas missen we het 'French Fest' van aanstaande weekend, want dan zijn we allang verder gereisd. Frans spreken ze hier absoluut niet, dus het 'laisser les bon temps rouler' wordt 'let the good times roll'.
En dat gaat vanavond geweldig lukken. Klokslag drie minuten voor half zes worden we aangesproken door een hartelijke jonge vrouw met meer dat een druppel Maori-bloed. 'You guys doin' the Penguin Tour? Great! welcome to the tour'. Ze blijkt het nichtje te zijn van ..., die de tour normaal doet, 'but she's busy in Christchurch'. De tour blijkt voorlopig uit ons drieen te bestaan. We stappen in een 4wd-voertuig met 'Penguin Tour' erop en klimmen steil omhoog richting Flea Bay, alwaar de beloofde penguins zich zullen vertonen.
Het nichtje babbelt honderuit over de omgeving, over de opossums uit Australie die hier veel schade aanrichten, dat ze hier veel groter worden dan in hun land van afkomst, over enorme insecten die hier voorkomen, en smakelijk werden geroosterd en opgegeten door de Maori's. Bij een fotostop laat ze een houten box zien waar ze rondkruipen. Brrr! Geef mij maar een rauwe haring! Onderwijl stijgen we gestadig over de vulkaanrand en dalen we daarna weer steil af naar de zeekant. Onderwijl passeren we vier wildroosters, drie hekken, die met de hand eerst open moeten, auto erdoor, en weer gesloten, en twee touristen die geen 4wd hebben. Tenslotte komen we aan bij de schapenhouderij / penguin reserve / camping. We mogen assistentie verlenen bij het voeren van vijf verweesde lammeren, die zuigen aan de flessen warme melk als ... zuiglammeren.


Wel een dankbaar corvee. Hierna voegen een aantal kampeerders zich bij de expeditie en worden we voorzien van verrekijkers en camouflage-poncho's . Penguin-kuikens schijnen zich lam te schrikken als ze een bewegend felgekleurd object zien, zoals een toerist in een rode regenjas. We bewegen / klauteren langs de steile rotsachtige kust, laverend langs de schapen-poo (shit kennen ze hier niet). Overal zijn nestkasten voor de penguins geplaatst, die ze zelf kunnen uitgraven tot een lekker hol voor hun kuikens. Sommige kasten kunnen van boven open, en er zitten inderdaad kuikens in. Ze schrikken niet heel erg, want we zijn prettig gecamoufleerd, en flitsen niet met onze camera's. Ruiken de chicks kuikentjesfris? Nee, ze meuren naar vis. Dat eten ze namelijk.
Als we de baai rondkijken met onze verrekijkers, zien we de ouders ronddobberen in groepjes. Ze komen pas bij donker aan land. Wel is er een yellow eyed penguin aan land gekomen, een jong mannetje, die zich opzichtig staat te wassen. Die zijn erg zeldzaam, hier in het reservaat zijn er minder dan tien. De rest (een paar duizend) zijn zwart met een wit biesje over de vleugel.
Verderop zit een nieuwsgierig rondkijkende zeehond te luieren op een rots. Waar komen de toeristen van vandaag nu weer vandaan? Holland? Is dat hetzelfde als Pieterburen? Dan is het goed. How, how, how!


Als het donker begint te worden zien we inderdaad clubjes wit gebiesde penguins aan land scharrelen en wat onhandig over de rotsen klimmen. Als we de gids mogen geloven geloven, verspreiden ze zich over het gehele terrein. Tot onder het toiletgebouw van de camping. En er is zelfs een tiental nesten in de bloementuin. Al dat wit overal, dat is penguin-poo.





Als het te donker wordt om nog wild life te zien, gaan we weer terug naar Akaroa over de steile weggetjes. Onderweg rijden we bijna nog een opossum aan, en tenslotte zien we de lichtjes van Akaora opdoemen. Om klokslag drie voor negen worden we keurig afgezet bij ons rode vehikel. 'Thanks for this wonderful experience'. 'You're more than welcome'.

dinsdag 25 oktober 2011

24 0ct – Akaroa (Banks Peninsula, New Zealand)

Beste vrienden en volgers,


We zijn erg blij met Hotel Mercure. We hoeven nu niet op maandagochtend twee uur in de auto te zitten op weg naar Sydney, daar de weg naar het airport te vinden en toch om half acht bij de incheckbalie te staan. Het scheelt een nachtje sterrendak, maar dat moet dan maar.
Het inchecken op Sydney International verloopt nogal chaotisch, omdat er tegelijkertijd vluchten naar Wellington, Auckland en Christchurch behandeld moeten worden. En er zijn geen handige zelf-incheck balies. Als de Wellington-vlucht uit de tijd loopt worden de Wellingtonners uit de rij gehaald, voor de snelle route. Vervolgens zijn wij Christchurchers aan de beurt. We zijn blij toe, want de rij bevat inmiddels elke vijf meter minimaal één volop peeuwende peuter. Wel is Marca's handbagage te zwaar (vond ze zelf ook al). Er verhuist een dik pak dagboeken naar een andere koffer, zijnde mijn rugzak (ook handbagage). Vervolgens een robbertje vechten met de security, want er worden tubetjes gevonden in de inmiddels lichtere hutkoffer van Marca, en dat is natuurlijk een doodzonde. Als dat geregeld is nog een potje meieren met de emigration officer, die een zevenhonderd pagina's tellende questionair ingevuld wil zien. Dat is natuurlijk overdreven, en meer bedoeld om de stand van mijn humeur aan te geven. Bovendien heb ik mijn regenjas aan, omdat die niet in de koffer past, en ik begin aardig te stomen van het een en ander.
Met alle gedoe vergeten we helemaal dat we ons op historische grond bevinden: Botany Bay. Je weet wel, van die baai verderop. Hier is Cook geland indertijd. Hoe zou ie het gevonden hebben, zo'n groot vliegveld op zijn stekkie?

Onderweg naar Christchurch verliezen we weer twee uur, niet omdat de piloot verdwaalt en via Tasmanië vliegt, maar vanwege de tijdzones. Het verschil is nu naar onze berekening tien uur met jullie geachte lezers in Nederland. En wanneer stopt de zomertijd in Nederland?
Nieuw Zeeland heeft een mooi welkomsgeschenk voor ons klaarliggen, een prachtig uitzicht vanuit het vliegtuigraampje: een landschap met chocolade punten, bestrooid met poedersuiker, en hier en daar een vette toef slagroom. De suiker is niet zoet, want het is sneeuw, de slagroom is luchtig, want het zijn wolken. En de chocolade is machtig, want dit zijn de machtige Southern Alpes. De hoogste top heet ... mount Cook. Ook hier zijn ze dol op deze nijvere ontdekkingsreiziger.
Bij het uitstappen klinkt over de vliegtuig-intercom de overbekende hit ‘We Are the Champions’ van Queen. Dat heeft te maken met de recente rugby-overwinning van het nationale team The All Blacks. Een gebaar van de piloten. Couleur locale. Ik feliciteer mijn buurman van stoel 52D, die thuishoort in Christchurch. Ik versta het antwoord niet helemaal, want het lijkt of ze er hier een sport van maken om zoveel mogelijk klinkers in een –i- te laten veranderen. Maar hij lacht erbij. En ik lach vriendelijk terug.



Na de landing op Christchurch zitten we in recordtijd in een nieuwe Huurherz, een brandweerrood vehikel, dat ons tachtig kilometer verderop naar Akaroa brengt, een aardig dorp aan een zeearm op Bank's Peninsula. We komen terecht in een huisje met uitzicht over het water, en een inhouse chef, die iets gaat doen met bevroren St. Jacobs-schelpen uit China, room, en risottorijst.



Al met al een dagje met hoogte- en dieptepunten. Nu maar even de open haard (op gas) aansteken. De vogels zingen bij zonsondergang, en ze hebben en heel eigen lied. Anders dan in Australie. Een beetje zoals mijn wake-up ringtone, die van een Nieuw-Zeelandse ornithologische CD is gejat.
 

23 0ct - Blue Mountain Gardens & Wentworth Falls

Beste vrienden en volgers,

Stel je voor, het is nacht in de Blue Mountains, je ligt in bed in je tuinhuisje, en je moet er toch even uit. Je loopt op de tast naar de badkamer. Daar is het ietsje minder donker, want er is een bovenlicht waar het sterrenlicht doorheen pinkelt. Wat voel je dan? Je voelt een beetje geluk.
Alvorens af te reizen naar Sydney Airport, waar we overnachten, bezoeken we nog een aantal mooie plekken in de Blue Mountains. Van een Australische boer, die we op Sublime Point spraken de vorige dag, kregen we de tip om vooral niet Wentworth Falls over te slaan. Welja, weer een waterval. Maar deze is echt spectaculair mooi gelegen. Wel eerst even stevig doorstappen over laten we zeggen geaccidenteerd terrein. Wat hebben we een spierpijn van de vorige dag! De kookaburra's in de bomen lachen ons echter genadeloos uit.



Dan is Campbell Rhododendron Gardens aan de beurt. Een bostuin van eucalyptusbomen met azalea's en rhodo's, alles flink in bloei, want het is hier lente. Alles aangelegd door vrijwilligers. We geven het adres door van de Japanse tuin in Clingendael, wellicht kunnen ze onderling tips uitwisselen. Het is ook een mooie gelegenheid om al het geaccumuleerde muntgeld kwijt te raken in de Donation Box.



Tomah Botanic Garden is als laatste aan de beurt. Prachtig aangelegd en gemanicureerd. Je zou er zomaar de hele dag zoet kunnen brengen, maar wij moeten ons in het verkeersgedruis storten van weekendgangers die terugkeren naar Sydney na een perfect weekend in de Blue Mountains. We checken in in hotel Mercure, een saai internationaal hotel met als enige asset dat het naast het airport ligt. Maar de T-bone steak en de prawn salad in het restaurant zijn top.



Dit was onze laatste dag in Australie. Aan alles komt een eind. Maar we zijn erg tevreden. Vantevoren hadden we thuis op de kaart van Australie alles aangeprikt waarvan we alletwee zeiden, dat is wel wat voor ons. Alles hebben we gedaan, en hier en daar nog wat meer ook. We zijn op fantastische plaatsen geweest, hebben fantastische mensen ontmoet. We hebben volop ideeen opgedaan om thuis mee aan de slag te gaan, en we zijn een beetje verliefd geworden op Victoria. Het enige wat we in de trofeeenkast missen is het spotten van een cassowary, en een vogelbekdier. We hebben ons best ervoor gedaan, maar het is niet gelukt. De eerste fijne smoes om nog een keer terug te gaan!

Op naar Nieuw Zeeland!

zaterdag 22 oktober 2011

22 oct - Jameson Valley & The Three Sisters



Beste vrienden en volgers,

Douchen doe je hier in The Old Dairy in een ouwe badkuip op leeuwepootjes. Met allerlei flesjes met lekker ruikend spul. Het gespat wordt opgevangen door de golfplaten wanden, no worries. Plunger coffee & Vietnamese rolls met kaas als ontbijt. In het zonnetje.
Bij Echo Point zijn er The Three Sisters te bewonderen, drie losse rotspunten, en daar gaan we een eind wandelen. Eerst 900 treden omlaag de Jameson Vallei in. Langs trappetjes uitgehouwen in de rots, en waar dat niet kan met metalen laddertjes. De leuningen zijn overal klam van het achtergelaten angstzweet, en wij laten zelf ook menig druppeltje achter. Het is echter wel prachtig hoe je langzaam afdaalt in het regenwoud op de bodem van de vallei. Het geluid van de kakatoes wordt luider, en wat leek op krekels, blijken duizenden vogels te zijn.


We wandelen een eind bijna horizontaal, tot we bij Scenic World aankomen. Daar kan je je omhoog laten hijsen door een treintje, dat in een hoek van 52 graden omhoog gaat. Een overblijfsel van de tijd dat hier een kolenmijn was in de negentiende eeuw. Wij laten ons niet kennen, en klimmen over Furbes Steps weer omhoog. Onderweg zien we waarom dit de Blue Mountains heten: het is ietsje mistig, en over de bergen hangt een prachtige blauwe gloed. Al met al zijn we de hele dag onder de pannen. Tegen donker gaan we nog even naar Sublime Point om de zon onder te zien gaan. Er zijn ongeveer tien belangstellenden. Vanmorgen bij Echo Point reden de bussen af en aan. Rare jongens die toeristen.



Tenslotte nemen we de laatste gelegenheid tot barbecuen in Australie te baat met het grillen van wat lamskoteletjes en roosmarijn uit de tuin. Overmorgen zitten we in New Zealand!

21 oct - Blue Mountains & Old Leura Dairy

Beste vrienden en volgers,

Hoe rijd je met een gloedjenieuwe huurauto met 11 kilometer op de teller door het drukke verkeer in hartje Sydney? Extra voorzichtig! Maar we genieten ook van de speciale geur die je alleen in nieuwe auto's ruikt. De gebruikelijke meuk aan rommelige buitenwijken bij een grote stad is ook rond Sydney aanwezig. Maar de Great Western Highway richting de Blue Mountains is gemakkelijk te vinden. En zo komen we aan bij ons logeeradres.



The Old Dairy in Leura is een verzameling huisjes gebouwd van voornamelijk gerecycled materiaal. Onze studio is een charmant tuinhuisje met veel ramen, en rondom zogezegd tuin met een zoet ruikende clematis pal voor de deur. Er is een koffertafel, gemaakt van een oude trapnaaimachineonderstel, de gootsteen in het keukentje is gemaakt van een oude roestvrijstalen pan. Achter een oude Aga-ovendeur komt een magnetron tevoorschijn. En buiten op het plaatsje staat een Weber-barbecue op gas. Gloedjenieuw (alweer).
We doen wat inkopen in Katoomba en prepareren een smakelijke doch voedzame maaltijd: Naan-brood in de magnetron, sla gewassen in de roestvrijstalen gootsteen, en een fijne Porterhouse steak op de barbecue. En een glas Australische bubbel, want vandaag is Hans' moeder tachtig jaar geworden. Gefeliciteerd en proost! Om half zeven bellen we even op. Het is dan net koffietijd in Nederland. Even een geluid van thuis. Hartstikke gezellig, al is de verbinding slecht.
 

donderdag 20 oktober 2011

20 oct - Bondi Beach & Billy Kwong

Beste vrienden en volgers,

Een dagje luieren is af en toe wel lekker als je lang op reis bent. Bondi Beach is dan een fijne bestemming. Vanaf Darlinghurst Road in Darlinghurst, waar het Kirketon Hotel aan is gelegen, is het een paar minuutjes lopen naar Oxford Street, en vandaar kunnen we de bus nemen naar Bondi Beach.


Het strand ligt nog geen tien kilometer uit de City, maar Bondi Beach doet eerder dorps aan. We parkeren onze buttocks op het zachte zand en vangen meteen aan met luieren. Er staat een geweldige branding voor surfen, en dat gebeurt dan ook volop. Het is een spektakel dat het een lieve lust is. Als een surfer te ver de zee in gaat, worden ie door de lifeguards per megafoon een stuk terug landinwaarts gedirigeerd. Want het is hier best gevaarlijk zwemmen, met een krachtige stroming.




Het luieren moet geen pamperen worden, vandaar dat we ook even lekker de benen gaan strekken. Er is een kustroute voor wandelaars, en die loopt honderden kilometers langs de kust. Bij Bronte Beach, een paar kilometer verderop, kan je echter de bus weer terug de stad in nemen, en dat is wel zo handig. Onderweg is het genieten geblazen van de wilde branding die op de kust in schuimfontijnen uit elkaar spat (ik heb een boekje bij me voor dit soort zinnen). En het is toevallig net hoog tij. Het zonnetje doet de rest. Voor ons Europeanen pure bonus, zo eind october.




Kylie Kwong had een tijdje geleden een kookserie op de BBC. Reizen door China en koken met de locals. Toevallig kwamen we er achter dat ze een restaurant heeft in Sydney: Billy Kwong. Wij erheen natuurlijk. De bediening helpt ons zeer vriendelijk door het menu heen, dat deels via drukwerk, deels geschreven en deels mondeling tot ons komt. Met als resultaat twee 'starters to share': 'crispy prawn wontons with sweet chili sauce' en 'chicken livers in Sechuan sauce'. En daarna 'Crab in chilisauce' uit de wok. We worden voorzien van dikke pakken papieren servetjes, want je houdt geen schone vingers. Smullen! Het eten smaakt even goed als het eruit ziet op televisie. De zaak is niet heel groot, er kan een man of veertig in, maar ik schat wel meer dan twee shifts per avond. En reserveren kan niet. Kylie was zelf in de keuken, da's leuk voor de annalen. Maar ook zonder beroemdheid zijn we meer dan dik tevreden. Als toetje nog een zacht gestoofde peer met zoete saus, nootjes en slagroom. En gebrokkelde pure chocolade. Daarna nog even gedag zeggen in de keuken. Met een hartelijk woord en een handdruk van Kylie zelf. Geen mooiere tijd dan de culinariteit. Bedankt voor de tip Agaath!

19 oct - Chinese Friendship Garden & Queen Victoria Building

Beste vrienden en volgers,

Ons ontbijt komt vandaag van de warme bakker om de hoek: een nog warme bol met krenten en een croissant. Bij de supermarkt halen we wat fruitjuice. Je rekent af bij een rij zelfscan kassa's, en je kan alleen met plastic betalen. Lang leve de vooruitgang. De ontbijtzaal is vandaag een hoekje van Hyde Park, waar een foto-expositie is van kinderfoto's, dat wil zeggen foto's genomen door kinderen. We delen de zaal met een slapende zwerver, twee meisjes die vrolijk rillend door de fontijn heen rennen, en vier vrouwelijke agenten te paard.
Vandaar slenteren we door Sydney Chinatown. De sfeer is zoals in elke chinatown: erg Chinees. Winkeltjes van sinkel, een accupunctuurdokter, een poort met draken en vooral veel restaurantjes. Vlakbij is de Chinese Garden of Friendship, aangelegd ter ere van het tweehonderdjarig bestaan van Sydney, in samenwerking met zusterstad Guandong.



Toen er in de lage landen nog kanninefaten rondliepen hadden de Chinezen het aanleggen van tuinen al tot kunst verheven. Deze vriendschapstuin is een juweeltje, met watervallen, vijfers, vele prachtige paviljoentjes met houtsnijwerk, en mooi grillig gevormde rotsen, die speciaal in China zijn uitgezocht voor deze tuin. Een oase van rust pal naast het CBD (Central Bussiness District) van Sydney. Men serveert ook sandwiches met verse zalm als lunch.

We komen weer terecht in Darling Harbour, waar je gewoon op een bankje onder de palmen kan inloggen op het Free Darling Wifi (waaifaai zeggen ze hier) en je blog insturen. Daarna nemen we bij het Maritime Museum de monorail richting het CBD en zweven prinsheerlijk een paar meter boven het hectische verkeer naar de plaats van bestemming, Queen Victoria Building. De lijn is lusvormig en komt na twintig minuten weer bij het Maritime uit, en we maken voor de gein nog een extra rondje. Kost niks extra.



Queen Victoria Building is een mooi eind-negentiende eeuws gebouw met van binnen gallerijen met gietijzeren leuningen, allemaal luxe tearoom zaakjes en veel hebbedingen-winkeltjes. Erg gevaarlijk gebied. We ontsnappen tenslotte met slechts een antieke prent van een boswallaby aan onze broek, en een paar oorbellen van Australische opaal. Geen didgeridoo's of boomerangs voor ons.




En tenslotte je zal toch in Woolloomooloo wonen!