donderdag 29 september 2011

28 september, the Ghan, Darwin – Alice Springs

Beste vrienden en volgers,

Vandaag stappen we op de Ghan. De Ghan is een train service die loopt van Darwin tot Adelaide. Dat is Transcontinental en ze zijn er trots op. Wij zullen uitstappen in Alice Springs, want we willen the Rock zien.
 

Janette zet ons af bij het Mantra on the Esplanade Hotel, waar we worden opgehaald en naar de Ghan terminal gebracht. Stipt op tijd komt er een coach voorrijden, met als chauffeur Lindsay, die ons in Kakadu Park ook al een aantal maal heeft vervoerd. Hi guys, you’re not gonna get rid of me, are you? Gisteren was een engelse toerist hem toch te snel af: ‘You’re the only one coming with me in the coach, so you’re stuck with me’. Antwoord met een big smile: ‘Mind you, it might be the other way round’. Ze houden hier van een beetje dollen. Komt de algemene sfeer ten goede. Bij de Ghan terminal stapt Scott op de bus en begeleidt het instappen. Aan Scott is een standup comedian verloren gegaan, maar dat is een gelukje voor de Ghan passagiers. De bus rijdt langs de trein , die zowat een kilometer lang is (inclusief visserslatijn), en zet de passagiers af bij het goeie rijtuig. We beginnen bij Platinum Class, dan de Gold Class. Red Class moet zelf instappen, dat zijn de backpackers. Wij zijn Gold, carriage L. ‘Anyone for carriage P? Yes? Then you’ve got a problem. There is no carriage P’. Geintje. We zwaaien nog even naar Lindsay en stappen in. We hadden ook kunnen vliegen naar Alice Springs, was ook goedkoper geweest, maar dit ouderwetse gedoe vinden we leuk. De slow boat to China was ook wel wat geweest, maar die vaart niet meer in deze jachtige tijden. We heben een compartimentje voor onszelf, met twee opklapbedden, een opklaptafel, een opklap-wc, een opklap wastafel , zelfs een soortement douche, en een relatief royale zitbank. Als je naar buiten kijkt zie je een telkens wisselend landschap aan je voorbij trekken. Wat nu voorlopig wisselend is, is de hoogte van de termietenheuvels in het savanna woodland. Er is een massa personeel aan boord, die je het leven aangenaam maken. We kunnen aangeven wat we willen ondernemen tijdens de Whistle stop in Katherine. We kiezen voor de cruise in de Katherine Gorge, zoals bijna iedereen denk ik. In de Orient Express kon je aankruisen dat er een vette moord was gepleegd. die opgelost moest worden. Tenminste als Agatha Christie of Peter Ustinov aan boord was om je te helpen.


De lunch gebruiken we in het catering carriage, Queen Adelaide Restaurant geheten. We worden naast Andre en Elizabeth gepoot, een echtpaar van achter in de zeventig. Andre komt uit oorspronkelijk uit Brabant, is in de jaren vijftig uit Nederland vertrokken, heeft zijn bussiness in sappen goed verkocht en reist er nog lustig op los. Hier en daar fladderen wat Nederlandse zinsflarden over tafel. Elizabeth kent geen Nederlands ‘ except for some dirty words, but I won’t use them when we’re at the table, astebeleefed’. Tijdens de watersnoodramp was Andre in militaire dienst, en moest in Zeeland met een triplex reddingsboot varen. Dat ding verging, en Andre werd zwaar gewond in Roosendaal opgevangen met houtsplinters in zijn onderbuik. Twee van zijn maten waren verdronken. Toen hij na een paar weken thuis kwam kreeg zijn moeder een hartverzakking. Hij was doodgemeld, en er was al een herdenkingsdienst geweest. Verhalen, verhalen. De hostesses zijn vriendelijk, het eten goed, en de lunch is licht maar niet licht te vergeten.
Per coach gaan we richting Katherine Gorge. Ofwel Nitmiluk in de taal van de clan die dit land bezit (en terugleast aan de overheid). De chauffeur sproeit weer licht vermakelijke, ironische en informatieve opmerkingen over de intercom de bus in, waarop men opgeruimd reageert. Hij laat ze klinken of ie ze ter plekke verzint.
Met dat typisch australische engels, een mix van de southern drawl uit Amerika en een Cockney accent uit Londen:
‘This is Katherine Golf Course up your left. It’s a tough game in this season. It is nine holes and it takes eight cans’. ‘Look up your right, there’s the butcher’s shop. In the flood of 1998, a crocodile swam in and pinched up all the butcher’ s beef. The police wouldn’t dare to drag it out’. ‘Here’s the original base of the Flying Doctors. In the war there was an organisation doin’ evacuations by plane, and after the war they decided to set up this medical thing. Here’s the airstrip they used during the war. On your left, do you see this ruined military vehicle? The hole beside it, that’s a bomb crater’. ‘Here we can do some great fishing. You can keep the barramundi, as long as they are not bigger than 57 cm. The catfish we throw back in the water, too many bones in them, let the crocs have them.’ ‘Look up there on that hill, that house used to be a ranger house. Now it’s owned by an electrician. He’s got a big boat up there. What frightens me, he’s called Noah’. ‘Here on this dump you can get some free sleepers from the railway as a souvenir from Katherine, they make great earrings.’ ‘I came her in 1991, I’ve got a mortgage, so I’m not going anywhere. I’ve grown to like it here.’ Bedoeld voor een stel knullen, die vlak voor de bus nog net even oversteken: ‘ Hey boys, for God’ s sake, get your trousers up’.
Over Katherine Gorge kan ik kort zijn: ga er heen en beleef het zelf. It is gorgeous. En vraag naar Robbie als schipper. We scoren ook nog een freshy. Voldaan stappen we weer op de Ghan, die nog keurig op ons staat te wachten.
Na het borreluurtje in de lounge (de trein rijdt al weer) gaan we aan tafel in de Queen Adelaide . We treffen Suze en Ann, verpleegsters uit Adelaide en alletwee grootmoeder. Ze hebben Ann’s dochter bezocht in Darwin. We hebben het genoegelijk over koetjes en kalfjes, ofwel mother kangeroos and baby kangeroos, eten een fijn stukje zalm, en drinken een glas Chardonnay. Ook deze dames hebben veel gereisd, ook in Europa. Ze zijn zelfs in Holland geweest. Maar wie stuurt die mensen toch steeds naar Volendam en vervolgens naar een klompenfabriek?


Terug in ons compartiment heeft een goede geest de bedden neergeklapt en opgemaakt. Op het kussen een chocolaatje. Ik neem nog een douche. Al is het alleen maar om het gedaan te hebben, douchen op de Ghan. Je stapt in een kast met de nodige opklaptoestanden, schroeft de warme en koude kraan open, en genieten maar. Het water verdwijnt in een putje Joost mag weten waarheen. Zo moet het ook in een onderzeeĆ«r gaan. Je opent een ander deurtje, haalt een handdoek tevoorschijn en droog ben je weer. Na het lootjes trekken klim je het laddertje opnaar boven en plof je op je bed. Een lampje, een nisje voor een glaasje water en je horloge, een belletje: ’Call Staff’ en een knopje Cancel voor als je de verleiding niet kon weerstaan. En een laptopje om je blog in te tikken. Bonketiebonk. Bonketiebonk. Welterusten.

Stipt om half zeven krijgen we een kop koffie en een kop thee aangereikt door de steward, en om zeven uur is er een authentic Australian breakfast. Hetgeen identiek is aan english breakfast: ham&eggs, mushroom&tomato, sausage&toast. Elk of alle ingredienten te verruilen voor spam (Monty Python). Hetgrote verschil is de fruitsalade met meloen, sinaasappel, passievrucht en pistachenootjes. Ja en dan is het feest over. We stappen het perron van Alice Springs op. Onze koffers staan al klaar. Inclusief de plastic tas die we gevuld hebben uit hutkoffer A, om hem onder de twintig kilo te krijgen. Machtig, die vakbonden.

dinsdag 27 september 2011

Arnhemland, 27 september

Beste volgens en vrienden,
We worden vandaag begeleid door Keira, een hartelijke en vrolijke dame met een hoog tante Pollewop gehalte. Maar zij weet natuurlijk niet wie dat is. We hobbelen met het 4x4 busje net zolang oostwaarts, tot we bij de grens van Kakadu komen bij de East Alligator River. Daarachter begint het Arnhem land. Er is geen brug over de rivier, alleen een ford. Dat betekent door het water naar de overkant. Als het water te hoog staat, kom je niet aan de overkant. In de regentijd zijn er normaal geen tours deze kant op. We genieten vooral van het prachtige landschap, en de fijne sfeer van samen een dagje uit. Maar we krijgen ook allerlei heel aparte dingen te zien. We mogen even kijken bij een burial place. Geen foto’ s, maar dat willen we ook niet. Een Aboriginal wordt twee keer begraven;  de eerste keer wordt het lichaam gewikkeld in paperbark ter aarde besteld, de tweede keer worden de botten bijgezet in een ondiepe grot als die we bezoeken. Natuurlijk zienwe ook weer de nodige rotsschilderingen. Ook een artcenter  staat op het programma. Het speciale is dat deze zich in het Aboriginal dorp bevindt, en je de artiesten bezig kan zien. Een ervan doet altijd mee met de Telstra contest, en heeft prijzen gewonnen. Hij schildert gewoon met een stukje riet. De senior artist wil even de hand schudden van onze busoudste, een Korea veteraan. Ik ga voor een lokaal bedrukt T-shirt, en het boek ‘Kakadu People’ van Sir Baldwin Spencer. Nadat we grondig door elkaar zijn gehusseld op een ruig 4x4 paadje komen we aan een vredig riviertje. Op een plekje onder de bomen, uit de loop van de krokodillen, stallen we de lunch uit: broodjes, gebakken kipfileetjes, en reepjes gebakken waterbuffel, dit alles met lekkere sla en stromen ice tea. We zitten nog een tijdje genoegelijk te praten. Een vogel zit boven ons in het loof te zingen. De naam van de vogel ben ik vergeten, maar de roep wordt  ‘druppels vloeibaar goud’  genoemd. Na de lunch gaan we nog even kijken bij een lieflijke Billabong. Wat gaan we hier nog over vertellen, kijk maar zelf:



Dan is het weer tijd om de coach richting Darwin te pakken en onderweg nog dit blogje te tikken.

Kakadu National Park, maandag 26 september

Beste volgers en vrienden,                                          
We slapen vorstelijk uit tot half zeven, en laten ons oppikken door Paul met zijn 4WD bus. We ziin vandaagmet een kleine groep, elf man, en we zijn de enige niet-commonwealthers in het gezelschap: Engelsen,  Aussies en Nieuw-Zeelanders. We zijn hier dan ook ‘ the persons with heavy accent’.  Moeten zij maar eens zeggen:  ‘gehaktballetjes met suikerstroop’  lukt ze ech nie.
Paul neemt ons mee naar de mijnconcessie binnen het park:  Ranger Mine, waar ze in dagbouw uraniumerts winnen en verwerken tot yellow cake, het ruwe uranium oxide.
De  ‘pit’ is honderdtachtig meter diep, en er rijden kiepwagens ter grootte van de griekse staatsschuld op en neer om het erts op zeven verschillende hopen (elke ter grootte van de Nederlandse staatsschuld) te deponeren, al naar gelang de uraniumgehalte. Dat wordt gemeten door de wagen onder een geigerteller door te laten rijden.
Elders wordt het erts uit de zeven hopen gemengd tot een uniforme kwaliteit, tot zand gebonkt, en in de processing tank met zwavelzuur gemengd. Na vierentwintig uur wordt het oxide gescheiden van het restproduct . Dat wordt onder water gewaard, want er komt radioactief radon-gas vrij.
Het foute water wordt opgevangen in een kunstmatig meer, en geleidelijk via een zandfilter losgelaten in het park. Dat schijnt voldoende te zijn, om perfect schoon water te verkrijgen.
Eenen  ander wordt natuurlijk aanschouwd vanachter gedegen hekwerk, want de toeristen mogen niet in de pit vallen. We krijgen vandaag immers ook nog de Alligator River.  
De volgende stop is Ubirr, waar weer prachtige rotsschilderingen te bewonderen zijn. Sommige zijn echt oud, tot 20.000 jaar. Er is natuurlijk sprake van overschildering nadat het oude werk is vervaagd.  En er is een ontwikkeling zichtbaar, van handstencils (je drukt je hand tegen de rots, en met de andere poedel je er pigment omheen),  afbeeldingen van dieren en vruchten in toenemende detaillering tot personen met een pijp in de mond (Balanda’s ofwel de eerste Hollanders). Er is een uitkijkpunt, waar je prachtig over de omgeving uit kan kijken tot in Arnhemland. Gretige tongen beweren dat de Crocodile Dundee film hier in de buurt is opgenomen. Da’s fijn, want dat straalt toch op je af als simpele aboriginal. En als simpele toerist.


De East Alligator River vormt de grens met Arnhemland. De toeristen die de uranium-pit hebben overleefd, schepen zich in op een vaartuig van Guluyambi Cruise voor een tochtje over het water. We hebben drie uiterst vriendelijke leden van de plaatselijke clan aan boord, die behendig sturen en in driedubbel gebroken engels de tocht van commentaar voorzien. Onderling spreken ze hun eigen taal. Het klinkt als een beekje vol bloemenwater.  Ze hoeven niemand te waarschuwen te ver overboord te leunen, want het is iedereen duidelijk, dat dit een serieuze krokodillenrivier is. Her en der liggen de lange loerissen op de zandbanken, of afgemeerd langs de oever. Bewegingloos, vaak met de bek open, ter koeling van het brein schijnt het. De zwemmende exemplaren die we zien, duiken met een slag van de staart onder en verdwenen zijn ze in het merky water. Brrr...


We worden vriendelijk uitgenodigd, om even aan land te komen in Arnhemland, hun land. Daar laten ze zien hoe een kuiloven werkt, met stenen, T-tree bladeren als kruid, paperbark als brandstof, en bijvoorbeeld vis. Dit alles helaas niet in het echt, anders ben je een dag bezig. Ook demonstreren ze een punishment spear, met een houten punt met weerhaken, die door je dij wordt gestoten. Gelukkig niet voor het echie, want dan ben je wel even zoet. Vroeger werd je zo gestraft als je ernstig voedsel verkwistte. Nu mag het natuurlijk niet meer.  Vervolgens een demonstratie hoeveer je een speer kan gooien met een spearthrower. Echt ver het water in, bijna de overkant, en onder applaus.  Ze maken overigens onderscheid tussen een landspeer en waterspeer. Die laatste is gemaakt van balsa-achtig hout. Als je vanuit de boot een vis spiest, en je mist, komt de speer vanzelf vrijwel weer terug in je hand. De landspeer is van ironwood, dat kei en keihard is.
We steken weer van wal, vissen de verre speren uit het water (ze worden met een stok uit het water gevist),en varen terug naar de steiger. Van een initieel wat onwennige sfeer aan boord zijn we nu aangeland bij oprechte saamhorigheid en nemen hartelijk afscheid van onzen gidsen. Boh Boh! 
Terug in Aurora Lodge gaan we gezellig inde bar eten met  John & Pat uit de buurt van Lancaster, Engeland. John heeft het juiste antwoord op de question of life, the universe & everything  (forty-two), en overigens ook de juiste graad van Engelse humor.  Pat had voor een charity dinner Lord Philips uitgenodigd van de High Court, die de uitnodiging tot haar verrassing accepteerde. John moet hem van de trein halen en was voor de occasie gekleed in bilentikker en bow tie en alles. Hij had geen idee hoe deze Lord eruit zag, en ging in de volle stationsrestauratie vragen of hij wellicht al was gearriveerd. ‘Yes milord, you are being expected’. Vertwijfeld staat John op het perron, tot hij wordt aangesproken door een onopvallende, maar keurige heer. ‘I believe you are looking for me, I am Lord Philips’.   
Met het uitwisselen van dit soort verhalen komen we de avond prettig door. 
Kakadu National Park, zondag 25 september
We rijden per touring car, fully airconditioned, door het savana woodland, een landschap dat er van bovenaf uit moet zien als losjes geplante boerenkool met daartussen wat peterselie. In werkelijkheid zijn het eucalyptusbomen met kleine palmbomen. De stammetjes zijn geblakerd, dat komt door het periodiek in brand steken van het dorre gras. We willen niet dat Kakadoo Park , ter grootte van ruim de randstad, een keer helemaal in de fik vliegt. Het staat namelijk op de World Heritage List. Maar ik zou indien nodig mijn eigen achtertuin ook gedeeltelijk affakkelen. Veel kans van, als je vaak de bbq aansteekt, zoals ik. De meeste rvieren hier heten Alligator River, in de smaken west, east en south. De een of andere wijsneus heeft in het verleden uitgemaakt dat hier alligators wonen, maar het zijn toch echt krokodillen, zij het met smalle alligator-achtige bekken. Er zijn twee smaken, salties en freshies. La Coste reddingsvlotten, voor als je in een Alligator River valt en bang bent voor alligators.
Het Aboriginal Cultural Center is wel aardig, maar het Museum in Darwin is toch beter. In de verplichte giftshop pikken we toch een DVD over Kakadu op. Op reis geldt:  als je iets ziet wat je leuk vindt, meteen doen, meteen aanschaffen. Straks kan het misschien niet meer. Wellicht is deze regel ook geldig in het normale bestaan.
De Yellow River Cruise is fantastisch leuk. Er zijn geen massieve hoeveelheden vogels in deze droge tijd (er komen trekvogels in het natte seizoen), maar het aantal soorten valt helemaal niet tegen. En natuurlijk liggen er de nodige crocs te zonnen (salties). De gids komt overal lekker dicht bij, zonder de vogels teveel te verstoren. Hij zet op tijd de motor uit en de boot glijdt naar zijn doel. Bij het instappen in de boot gokken we op een plaatsje links voorin de boot. Dat blijkt een goeie keus. Elke keer als er een stampede uitbreekt om goede foto’ s te kunnen nemen, zitten wij gewoon op de eerste rij. Ik zal een jaar niet klagen als ik de verkeerde rij bij de AH tref. Nou ja, zes maanden dan. Hoe leuk het is blijkt uit het feit dat de gids uitgebreid in zijn microfoon  moet grinniken als een grote black stork mevrouw een hele grote catfish vangt (een stork mevrouw herken je aan de wondermooie gele ogen) Ze werkt ‘ m in zijn geheel naar binnen, en schijnt vervolgens nogal de hik te krijgen. Manlief stork staat er wat beteuterd bij te kijken. Geen vis voor meneer.  Als we na anderhalf uur terugkeren aan de steiger, staat het aantal afgehapte vingers op een geruststellende nul. De gids dankt ons en zegt ons boh boh, goodbye, en drukt ons op het hart om dat boh boh niet overal in Australie te bezigen. Hij heeft namelijk geen flauw idee of het nog wat raars betekent in een andere Aboriginal-taal. Het was heerlijk koel op het water, en we zijn in staat om het  100 meter lange gloeiend hete parcours naar de airco van de bus af te leggen. Ratelband is er niets bij.       

‘s Middags na de lunch gaan we rotsschilderijen kijken bij Nourangie. Het is een grote rotspartij met een soort natuurlijke veranda’s, waar de aboriginals ab origine kwamen schuilen als de savane in de regentijd onderliep. Er was dan tijd om verhalen te vertellen, rotstekeningen te maken en dieren die ook droge poten wilden, te verorberen. De mooiste tekening dateert van ... 1964, toen op een prime spot een nieuw kunstwerk werd gemaakt ter vervanging van een vervaagde oude. Niets gaat eeuwig mee.En de nieuwe is even spiritueel als de oude. Niet alles werkt hetzelfde als in de westerse maatschappij. Er zijn in Kakadu Nat. Park vijfhonderd aboriginals die nog zo leven als in vroeger tijden. Er zijn uiteraard wat moderne adaptaties, maar ze proberen hun cultuur in stand te houden. Het land is van hun stam (opgeeist van de staat, en teruggekregen). De staat least het terug, en onderhoudt het National Park.

Als je Aboriginal bloed hebt, al is het maar een achtste, mag je lidmaatschap van de stam opeisen, met rechten en verantwoordelijkheden. Dat kan heel ver gaan. Donna vertelde over een collega van het ziekenhuis die banden had met een aboriginal familie. Ze had opeens een heleboel zusters, en kinderen, want de kinderen van je zuster zijn ook jouw kinderen. Toen een zuster, die ze nog nooit had gezien, overleed, werd ze verwacht op de begrafenis ceremonie. Ze kon zich echter niet vrij maken bij het ziekenhuis. Dus werd de begrafenis uitgesteld . Er niet bij zijn was er niet bij. Uiteindelijk kon er een eervolle plaatsvervanging geregeld worden. Al met al een intrigerend slag mensen, hoe meer ik er over hoor.
De buitentemperatuur is inmiddels gestegen tot boven de 40 graden, dus de wandeling naar de rotsschilderingen wordt een warme klus. Men wordt aangeraden water te drinken als ... water.
Aurora Lodge, waar we afgezet worden voor de nacht, blijkt een charmant tropisch park met paviljoentjes te zijn binnen het nationale park.  De paviljoentjes zijn onderverdeeld in ruime kamers voor de gasten. Het obligate zwembad is er ook, alhoewel voor Aussies misschien een eerste levensbehoefte. Zoals in het Vondelpark de zwermen halsbandparkieten rondvliegen, hebben we hier groepen witte kakatoe’s. Het krijsen is universeel.
   
In de bar kun je een Caesar salad bestellen en Crocodile&Kangaroo skewers met sla. De croc smaakt wat flauw, maar wel met een bite natuurlijk, de skippy is net hertenbiefstuk, neigend naar springbok. De drankjes moet je apart uit het loket naast het eetgedeelte betrekken.  We bestellen ook twee porties frites, waarmee je een half land uit de hongersnood kunt trekken. No shirt? no shoes? No service! Maar een polootje met slippers kunnen ermee door.
Morgen weer vroeg uit de veren, op expeditie naar East Alligator River, de grens met Arnhemland.
                               


Darwin, zaterdag 24 september

Beste vrienden en volgers,

Gastvrouw Janette zet ons met haar Suzuki ‘s morgens af bij het museum in Darwin. Erg aardig van haar want het is hier stinkend warm. Darwin is niet groot qua inwoners (120.000), maar ook niet bepaald compact gebouwd. Wel erg modern, want in de zeventiger jaren verwoestte cycloon Tracy negentig procent van de gebouwen. De Esplanade langs het water heeft bepaald grandeur. En inderdaad, de stad is vernoemd naar de grote Charles.
Het museum herbergt onder andere een kleine maar fijne collectie aboriginal art. Vooral de schilderijen, traditioneel op een stuk boombast van een meter met bij vijftig cm, beschilderd met natuurlijke pigmenten, zijn erg intrigerend. Het onderwerp is meestal een bepaalde ceremonie, of het niet-geheime gedeelte ervan, en er hoort altijd een lang verhaal bij, doorspekt met oude mythologie. Bij voorbeeld over de Rainbow Snake, een mythisch wezen in de kleuren van de regenboog met goede en slechte krachten, en waarvan de stem weerklinkt in de geraas van de watervallen. Er hangt ook het resultaat van een contest onder kunstenaars, uitgeschreven door een telefoonmaatschappij, met moderne aboriginal kunst. Tachtig procent is interessant, een mooie score voor moderne kunst. Verder is en nog een hal met zeilscheepjes, zoals de laatste operationele parelvisser met ouderwets duikgerei en luchtpomp (Zie Kuifje en de schat van Scharlaken Rackham).
Verder een Indonesisch scheepje dat door de Australische kustwacht is geconfiskeerd wegens illegale haaienvinnenvangst, een Vietnamese bootvluchtelingenboot, en wat kano’ s uit Polynesie.  
Heel geslaagd is de fotocollelectie van ene mevrouw  Sweetie, met opnamen uit het dagelijkse leven van aboriginals.
En niet zonder humor, zoals een man op jacht voorzien van speren, een Sony videocamera en met een kindje op zijn rug, dat een reusachtige Coke-fles bij zich draagt.
We lunchen in de museumrestauratie, of liever op de veranda, waar een machtige rij ventilatoren koele lucht blaast, en het water gratis is. Ook hier hangt die speciale museumrestauratie sfeer. Die is universeel, het Victoria & Albert in Londen heeft het, het Metropolitan heeft het, het is heel prettig.
We wandelen door de Darwin Botanical Gardens (snik, wat heet) naar Dr’s Gully, waar je de vissen kan voeren met boterhammen. Er zijn milkfish,en diamond-backed mullet, die er prachtig uitzien. Ze zijn met honderden, en ze laten zich gemoedelijk aaien. Bijten doen ze niet, want ze hebben geen tanden. Een hoop lol voor een paar dollar.
Terug bij het B&B is het change into swimmers ofwel zwembroek aan, en een welverdiende duik in het zwembad  (nou ja - badje, we willen de thuisblijvers niet teveel stangen) . Het is verrassend gevuld is met fris zout water. Aan de rand van het zwembad ontmoeten we Phil en Donna uit Melbourne, met wie we over van alles babbelen. Zij zetten hun reservering bij de Griek om naar vier personen, en zo beleven we een fijne en gezellige avond. Ook bij de Griek is het water gratis. En de wijn is koel, de geserveerde vissen groot en de bediening komt uit Quebec. En de muziek is inderdaad vagelijk Grieks.

Terug bij het B&B wacht ons een welverdiende duik in het zwembad (nou ja - badje, we willen de thuisblijvers niet teveel stangen) . Het is verrassend gevuld is met zout water. Aan de rand van het zwembad ontmoeten we Phil en Donna uit Melbourne, met wie we over van alles babbelen. Zij zetten hun reservering bij de Griek om naar vier personen, en zo beleven we een fijne en gezellige avond. Ook bij de griek is het water gratis. De wijn is koel, de geserveerde vissen groot en de bediening komt uit Quebec. En de muziek is inderdaad vagelijk Grieks.

De nacht is kort want Phil en Donna vliegen vroeg terug naar Melbourne, en wij worden om zes uur opgepikt voor de Kakadoo-expeditie. We wisselen nog snel de e-mail adressen uit. De wereld is een dorp.

zaterdag 24 september 2011

23 september Darwin

Beste vrienden en volgers,
Vandaag vliegen we naar Darwin, maar pas in de avond.
Dat geeft ons de tijd om nog een keer naar lake Echam te gaan en eromheen te wandelen.
Een mooi rondje van ongeveer drie kilometer, door – je weet wel – het regenwoud. Het bos ruikt zoetig en een beetje naar kokos, met een vleugje hars. Mensen hebben een olifantengeheugen voor geuren. Deze zullen we niet vergeten.  
Vervolgens gaan we naar Granite Gorge, een klein granieten massiefje waar een kreek
doorheen spoelt. Verder is de streek vrij droog en er staan reusachtige termietenheuvels.

Tussen het graniet scharrelt een kolonie schattige wallaby’s. Bij het ticket voor een wandeling krijg je een zakje wallaby-voer, te verdelen onder de liefst uitziende diertjes. Sommige kleintjes houden je vingers vast onder het knabbelen, de grotere mannetjes zijn wat agressiever, ook onder elkaar, zo te zien aan hun niet meer helemaal komplete oren. We wassen eerste onze handen, zodat de wallaby’s geen nare menselijke influenza’s op hoeven te lopen.
Tenslotte naar Barron Gorge, waar je de Budaadji Walk kan doen. De boardwalk gaat een stukje hoog door de boomkruinen, zodat je de vogels niet alleen hoort, maar ook goed kan zien. Voor thuis scoren we een dubbel-dvd met honderd vogels uit Queensland.  
Bij aankomst op Cairns Domestic Airport leveren we een oranjerode Toyota in. We kregen een zilveren mee, maar de nodige kilometers over dirt track gaven de auto die typische australische kleur.
Toeristen die afslaan zetten altijd hun ruitewisser aan voor ze richting aangeven. Dat je stuur aan de verkeerde kant zit is tot daar aan toe, maar dat ze die stengels ook omgewisseld hebben is ronduit lastig wennen. Gelukkig rijden ze hier niet zoals in het spitsuur in Nederland. No worries mate.       
Vanaf Darwin gaan we op safari naar Kakadoo National Park. Daar zal wel niet veel van internetten komen.

donderdag 22 september 2011

Rose Gums Wilderness Retreat - Malanda

Het is even zoeken, want de routebeschrijving gaat ervan uit dat we uit de richting Cairns komen en wij komen uit Atherton.  En Rose Gums ligt 15 km buiten Malanda in een prive oerwoud van de nodige hectaren. Als we aanleggen bij de reception is het allang sunny down.
We krijgen de sleutel van Treehouse No 7 - Fairywren, een lief huisje met de illusie dat het in een boom is gebouwd. Met een prachtig terras dat uitkijkt over het regenwoud. Maar dat zien we de volgende morgen pas.
Er is een houtkachel , een  Koreaanse wasmachine  die het forellenquintet  van Schubert speelt als ie klaar is met wassen;  verder een keuken met een goeie chef uit Holland, een badkamer met een jaccuzibad, als je erin zit heb je uitzicht op  -  jawel  - het regenwoud  en overal  teakhouten vloeren met  kleedjes erover.  Een huis om verliefd op te worden.
De volgende morgen ontbijten we op het heerlijke terras met echt Australische thee en plunger coffee. We vinden in de meegeleverde breakfast hamper ook nog bacon & eggs. Toe maar.
Creek Walk & Waterfall Walk
‘s Morgens gaan  we gezellig wandelen door  ‘ons ‘ regenwoud.  De vogels zingen ons uitbundig toe.  Na drie uur hebben we het hele terrein gezien, van  de waterval tot Butcher Creek, en zijn we drijfnat van het zweet.  Mad dogs and Englishmen , plus nog twee malloten. Wel goed voor de conditie.
Een douche en nog een plunger coffee doen wonderen, zodat we ons enthousiast storten op het middagprogramma:
De Spar in Malanda
Even boodschappen doen voor vanavond en voor het ontbijt.  Groente is goed te krijgen, maar bijna twee keer zo duur als thuis. Men is trots dat alles van eigen bodem komt. Behalve de garlic, die komt uit China. Maar die hoef ik dus niet. We gaan voor zucchini, minced meat, een blikje tomaten met kruiden, pasta en wat sla. En verse basilicum. 
Malanda Falls. 
Niet overweldigend als je eenmaal in Schaffhausen bent geweest.  Maar Oscar Wilde had zelfs moeite met de Niagara: een onnodige hoeveelheid water die over een onnodige hoeveelheid rotsen stroomt. De kleine bruine kindertjes van Malanda  hebben echter pret voor tien in het water. 
Lake Eacham.
Dit is een oude krater gevormd door een explosie van een waterlaag boven een hete magmalaag. Nu is het een rond meer waar je in een uur omheen kunt lopen.  Er zwemmen allerlei vissen, zoetwaterschildpadden en Aussies.



Bromfield Swamp.
Het schijnt dat je tegen zessen bij Bromfield Swamp  moet zijn om mee te maken dat er honderden  kraanvogels aan komen vliegen om een plekje te vinden voor de nacht.  Bromfield March lijkt wel een oude krater te zijn net als lake Eacham, maar dan bijna zonder water.
We worden niet teleurgesteld. De zon gaat al onder achter de heuvels, en daar komen de kraanvogels in groepjes van een stuk of vijftig, majestueus wiekend, plechtig dalend in cirkels, en wat onhandig landend met hun te groot landingsgestel. We schatten de uiteindelijke groep op zeker duizend stuks.  Er staat zes man te kijken. Geen massatoerisme hier.   

   

dinsdag 20 september 2011

Monday, 19. September 2011

Hoewel de inventaris van de bungalow spartaans is te noemen, omvat deze wel twee schattige opvouwbare strandstoeltjes. We pakken deze en ook wat kaas, brood en sinaasappelsap in, en ontbijten op het strand. En een kopje koffie is na vijftig meter ook nog niet afgekoeld. Helemaal top!
Vervolgens gaan we richting Cape Tribulation. Zo geheten omdat Captain Cook hier averij met zijn schip de Endevour opliep. De Aboriginal naam is …. We zijn momenteel in het Daintree National Park en het parool is hier strand en regenwoud. Het regenwoud loopt helemaal tot het strand. Het strand doen we nog even met mate, behalve het insmeren dat met factor 30 geschiedt . Er is een heerlijk windje en een  mensdichtheid van 0,003 op de schaal van Scheveningen. 
Je kan hier overal wandelingen maken door het regenwoud. Een manchete is niet nodig, want er zijn overal boardwalks. Op elke plek is de samenstelling van de vegetatie weer anders. Die varieert met de afstand tot de zee. Heel dichtbij heb je mangroven die goed tegen zout water kunnen, iets verder de soorten die er niet dood van gaan, en geleidelijk nemen de palmen en vruchtdragende bomen het over. Hiertussendoor wurgplanten zoals de vijgenboom, varens, en allelei ander spul. Er is ook een palmsoort die langs bestaande boomsoorten naar het licht groeit en zich vastgrijpt met een soort lianen met weerhaakjes. Als je er in verstrikt raakt, ben je even bezig om jezelf te bevrijden. Vandaar de naam: ‘Wait-a-while’. Het antwoord van je wachtende vrienden luidt natuurlijk: ‘No worries mate’. Als je goed oplet zie je overals kleine felgekleurde vogeltjes vliegen, en ander leven zoals wallaby’s en prachtig gekleurde vlinders. Helaas zien we niet de cassowaries, een soort woudstruisvogel, die gemeen schijnt te kunnen uithalen. Na een dagje fascinerend regenwoud, gaan we nog even op het strand zitten met onze stoeltjes. Helaas zonder een glaasje Chardonnay, want je mag hier geen alcohol gebruiken in het openbaar.  
 
Sunday, 18. September 2011

Dit wordt verstuurd uit Rose Gum Wilderness Retreat. Je hebt niet overal internet helaas.
Vandaag vertrekken we uit Kookas. Helaas, als je wat van de wereld wilt zien, moet je afscheid nemen van het bekende, en in dit geval het beminde. Marlies (en Jenny uit Duitsland) hebben ons geweldig verwend. De laatste avond heeft ze vis voor ons gemaakt, barramundi geheten. Dit is wel wat anders dan die eeuwige zalmmoot van de AH. We dineren erg gezellig met een ander Hollands echtpaar dat ons - naar blijkt - een tijdlang ongeveer achterna zal reizen.   
Marlies, wenn du dieses liest, werden viele Leute gelesen haben wie eine fabelhafte Gastfrau du bist. Vielen dank und auf freues Wiedersehen irgendwen, irgendwo!
Bij Hertz in Cairns halen we een autootje op. De vent achter de balie is wel erg mans, die arme Brabanders voor ons zijn een klein beetje geintimideerd. Als wij aan de beurt zijn en Marca vraagt of zij in geval van nood ook mag rijden, vraagt ie haar plichtshalve:  ‘Are you under twenty-five?’  Waarop ik zeg ‘That’s a nice one from you!’. Hilariteit alom, ‘Never heard this answer before’, en het ijs is gebroken.
We rijden naar Mossman Gorge, waar we een fijn parcours door het regenwoud afleggen (in de zomer zal het echt afleggen zijn). Daarna steken we met de ferry de Daintree river over (crocs!), en geraken bij ons volgende logeeradres: Thornton Beach Bungalows. Er staat een piepklein bungalowtje in het regenwoud voor ons klaar en de stroom komt er geheel van zonnepanelen. En als je vijftig meter loopt, sta je met je voeten in de Pacific.
Om achttien uur tien zet iemand de krekels aan, doet de zon uit en houdt verdere auto’s tegen. De branding mag aan blijven staan. Wij maken een broodje tuna van een blikje uit de supermarkt en doen er wat sla met olijven en wat vinaigrette bij. We schroeven een fles Chardonnay open en installeren ons op de veranda om dit alles te genieten. Life can be easy…  

zaterdag 17 september 2011

Daintree Dreaming Tour

Vandaag doen we een Eco-tourism Tour en zijn we te gast bij de aboriginals en trekken het regenwoud in van Daintree National Park. En kunnen we zwemmen bij de geijkte waterval. Begeleid door een 'ervaren gids en chauffeur'. We worden opgehaald en weer afgezet bij de accomodatie. Ja ja, dat belooft wat.
Nou, stipt op tijd komt er een kek four-wheel-drive busje voorrijden, met Marc aan het stuur. De rest van de groep zit al gezellig opgevouwen achterin: drie aardige Duitsers die half werkend, half vakantie vierend door Australie zwerven, een echtpaar uit Sydney, wat engelse dames, en een Amerikaan uit Chicago. Met 10 man is de groep lekker compact.
We komen weer langs de kustweg naar Port Douglas, en vernemen van Marc over de intercom een stortvloed van weetjes over elk denkbaar onderwerp, dat in beeld komt. Dat die rare staken langs de weg suikerriet is, dat dit in deze streek zowat het enige verbouwde gewas is; hij wijst ons een smalspoorbaantje parallel aan de weg aan, dat wordt gebruikt bij het oogsten; dat men het vroeger
toen er nog niet zoveel auto' s reden, ook gebruikten als openbaar vervoer. De koeien in de wei zien er uit als Indiase koeien. Dat klopt, want het zijn inderdaad Indiase koeien, die dit Tropische klimaat aankunnen. De weg is zo smal omdat het door World Heritage gebied loopt, en je er niets aan mag veranderen. De eerste settlers gebruikten de weg niet, maar volgden de rivier. De Aboriginals zijn verdeeld in honderden stammen met elk een eigen taal, wetten en gebruiken. Sommigen stukken oerwoud worden in de winter expres in brand gestoken. Hiermee raak je het verdorde ondergras kwijt, en kan bij onweer niet een heel groot stuk door de bliksem verbrand worden. Voor de bomen is het niet erg, want die lopen gewoon weer uit. De typhoon van 1986 in deze buurt maakte veel slachtoffers, omdat die op kerstavond toesloeg, en iedereen feest aan het vieren was.
Het eerste evenement van de dag is een bezoek aan de galerie van Binna. Hij is Aboriginal-kunstenaar (je weet wel met van die puntjes), en geeft een workshop puntjes-schilderen.
Na een uur mag iedereen zijn zelf-beschilderde seedpot als souvenir meenemen. Zijn eigen werk hangt in de galerie en is prachtig. Ook overzee te bestellen via internet. Hij mag een natuurmens zijn, in evenwicht met zichzelf en de natuur, simpel is ie niet.
We komen aan op een privaat stukje regenwoud, met op 10 minuten lopen een mooie waterval.
Aan de buitenkant ziet het woud er droog en verdord uit (de regentijd moet nog komen), maar eenmaal in het bos voel je het vocht. Marc doet voor hoe je een 'green ant' opeet, en dat ie fris zuur smaakt. Pak 'm beet bij de kop, dat ie niet bijt, en hap het groene achterlijf eraf. Nou, inderdaad, heel verfrissend. Ik zou er zelf niet zijn opgekomen. Een oude aboriginal-truuk. Bij de waterval staat een heel kwaaie meneer die roept dat we aan het trespassen zijn.
Blijkt dat hij de waterval voor die dag heeft gehuurd van de eigenaar. Maar wij hebben ook rechten, want de tour-organisatie heeft ook toestemming van de eigenaar. De pleit eindigt in ons voordeel, voornamelijk omdat hij in zijn blote kont staat en zijn kleren een eind verderop liggen. Shit happens you know. Maar er wordt niet gezwommen.
De lunch is in de Silky Oaks in het plaatsje Mossman op een mooie veranda aan de oerwoudrand.
Hier is ook gelegenheid om even gezellig met elkaar te beppen.


Op Cooya Beach gaan we met een van de Walker Brothers op jacht in de mangrove-bossen.
We krijgen allemaal een speer en gaan met beginnende vloed op krabbenjacht in het enkelhoge water voor de mangroven. Als je een krab tegenkomt, zal ie naar je toe kruipen, want hij ziet in je tenen een smakelijk hapje en zal zijn scharen erin zetten. Dan moet je hem spietsen en in de buit-emmer werken. Terwijl we geamuseerd toehoren, geeft Tristan, onze Amerikaan, een eiselijke kreet. Er blijkt er een krab van zeker 20 cm aan zijn grote teen te hangen. Mr Walker maakt de krab meteen onschadelijk, maar de teen bloedt als een rund. Desondanks moeten wij (behalve Tristan)
erg lachen. Vanaf nu is het oppassen geblazen. Ik scoor nog een iets grotere krab met de speer.

Daarna is het kokkels en mosselen vangen in de mangroven. Het probleem met ondoordrinbare mangrovebossen is dat ze inderdaad ondoordringbaar zijn. Zeker als je de raad van Mr Walker in de windslaat en je speer mee naar binnen neemt. Maar wel lachen als je eerst 50 cm de blubber inzuigt, schrikt van een piepklein krabbetje dat wegvlucht over je scheenbeen, en vervolgens struikelt over de boomtentakels. Dit alles terwijl je je camera droog probeert te houden en je zonnebril bijna van je neus glijdt.


Ik kom Tristan tegen, die panisch zijn speer plant in alles wat beweegt.
'Hey hero from Chicago, how's your toe?' Dan moet ie toch lachen en geeft toestemming voor opname van de hele episode in dit blog. De dag eindigt in een schranspartij. De hele buit-emmer wordt culinair geprepareerd en soldaat gemaakt. Als revenge mag Tristan de 20cm krab opeten.
 
 
 
 
 

vrijdag 16 september 2011

Snorkelen bij Port Douglas

We hotsen om zeven uur ‘s ochtends in een busje richting Port Douglas. Een rit van anderhalf uur langs de adembenemend mooie oostkust met tropische vegetatie en uitzicht op de helderblauwe Pacific.
Wie ons kent weet dat we ‘s morgens nog niet optimaal functioneren. In de bus zit ook een stel ratelende Spanjaarden; de chauffeur komt uit Argentinie en doet druk mee. Wat een kakafonie op de vroege ochtend! Aangekomen in Port Douglas komen we echter snel in de goede stemming. Alles is hier gericht op de excursies naar het Great Barrier Reef. Een prachtige jachthaven vol met allerlei jachten en excursieboten en brutaal-opgewekte Aussies die ons uitleggen wat we gaan doen (Veilig Duiken) en wat we niet moeten gaan doen (Verzuipen).
Bij de loopplank staat een grote kist en daar moet iedereen zijn schoenen, slippers, gympen en wat nog meer ingooien. ‘You won’t be needing these today guys!’.  Wel worden er anti zeeziekpillen uitgedeeld en die hebben de meeste wel nodig, want we hebben een very bumpy ride naar de drie verschillende rif-locaties die we gaan bezoeken.
Na een korte les snorkelen worden we voorzien van maskers, flippers van min of meer de goede maat, swimming noodles (een soort zuurstok van anderhalve meter maar dan van schuimrubber). Achteraf was een les wetsuit aantrekken ook nuttig geweest. Omdat ik links ben raakt ie bij mij achterstevoren met de billen vooruit en dan krijg je de rits echt niet dicht.
We zwemmen als dronken eenden met elk een swimming noodle onder de armen geklemd achter de badmeester aan naar de rand van het rif. Tussen het proesten en steeds weer vollopen van het masker door, vang ik toch glimpen op van de heldergekleurde koralen en kekke gestreepte vissen. De badmeester let onder de geschreeuwde uitleg door goed op en al te dronken eenden worden naar de boot teruggesleept. Dit circus herhaalt zich nog tweemaal op een ander stuk rif, en het gaat zowaar steeds beter. Maar niet zo goed als bij de roedel scuba-duikers, die veel meer ervaring hebben. Ik sprak er eentje die onder water (met waterproof marker) alle vissoorten noteerde, die zij zag beneden. Een indrukwekkende lijst.

Marca gaat niet te water, maar wordt toch lekker nat. Het buiswater sproeit dermate overvloedig rond dat de bilge-pumps moeten worden aangezet.
De lunch is erg goed met brood, salades, gebraden kip, erg verse garnalen en vruchtensap. De eenden worden hier niet extra dronken, want er wordt geen alcohol geserveerd. De scuba-duikster blijkt een B&B te hebben in Nieuw-Zeeland in Palm Beach, waar je naar haar zeggen vanaf het balkon de walvissen langs kan zien zwemmen. Komen we wellicht ook nog een keer langs.  

Elke keer als we verder hoppen met de boot worden we drie keer geteld, want er mag niemand achterblijven. Het is tenslotte anderhalf uur varen naar Port Douglas. Na afloop staan al onze schoenen, slippers, gympen en wat nog meer keurig gesorteerd op de kade klaar. In de bus op weg naar huis (Kookas) scoren we onze eerste groep wallaby’s (een klein soort kangaroos who wannaby big kangaroos).  



   

donderdag 15 september 2011

Esplanade & Botanic Gardens

Beste Volgers en Buitenlui,
Er gaat qua bloggen een wereld voor ons open. We zijn blij dat de mensen onze verhalen lezen en we zien allerlei fotootjes en berichten van bekenden op de blog verschijnen. Tof!  (ofwel : Vet!  voor de jongere lezers).  Er kan hier en daar nog wat rammelen aan de blog, want ik weet nog niet helemaal hoe alles werkt.   
Het is heerlijk hier in Cookas B&B. Het ligt buiten Cairns zelf in Edge Hill, half in het oerwoud. De lucht ruikt zoetig naar bloemen, er is een fris windje en de halsbandparkieten zwieren door de bomen.  De Kookaburrahs zingen harder dan merels en maken je  ‘s morgens wakker met een exotische ringtone. Ontbijt op de veranda ter grootte van onze achtertuin en het uitzicht is om te zoenen. ‘A lovely winter’  volgens Marlies,  onze landlady. Ze is twintig jaar geleden vanuit Zwitserland hiernaartoe gekomen en is erg vriendelijk.

Marlies zet ons af in het centrum van Cairns, waar we flaneren over de Esplanade direct aan de lagune en nemen een kijkje in de Marine.  Dure jachten, houten plankieren, wuivende palmbomen.



Worden jullie al groen? Goed zo. Vervolgens eten we een tuna sandwich op een lunch-terras.  Je bestelt bij de counter, betaalt en neemt een standaard met met een nummer erop mee en zoekt een tafeltje uit. Als de sandwich klaar is wordt ie gebracht door een vriendelijk lachend japans dienstertje. De koffie is ongeveer 100 keer lekkerder als op kantoor. Water is gratis,en komt uit de kraan.  ‘See you later guys, thanks!’.


Dan gaan we naar de Central Plaza Doctors om even naar de kin te laten kijken. De wachtkamer wordt gevuld met de klanken van Eric Clapton (life, hoewel niet persoonlijk aanwezig).  De dokter bekeek de wond en zag dat het goed ging.  Alleen even een weekje niet nat en dus niet zwemmen en zo.  Dat is jammer, want we gaan morgen snorkelen op het Great Barrier Reef.  Wellicht komt er nog een kans voor Marca verderop de kust.
De Botanic Gardens van Cairns zijn zeer uitgebreid en hebben een uitgebreide collectie palmen, bamboe en alles wat hier in het oerwoud groeit, Zelfs een Canonball  tree met vruchten die er inderdaad uitzien als kanonskogels. 

 Ook een verzameling planten die de Aboriginals gebruiken voor voedsel en medicijn, met uitgebreide uitleg.  En een boardwalk door een stuk  jungle.  

Tegen de dorst zijn er hier een soort tonvormige vruchten te koop met een harde buitenkant en een handig  lipje.  Als je daar aan trekt, komt het koele sap vrij. Het schuimt ook nog.  



woensdag 14 september 2011

Cairns

Na een flinke omweg via Brisbane zijn we nu in Cairns aangekomen. Het is hier tropisch, en we zitten ' s avonds in het geluid van de gekko' s en de krekels. Na twee nachten in een vliegtuig zijn we even uitgeteld.
We zitten hier comfortabel in Cookas B&B.

Lantau Island

13 september

Vandaag gaan we naar de grote Boeddha op Lantau Island. Een handig pendelbusje van het hotel  rijdt ons naar City Gate , waar een kabelbaan ons omhoog voert naar Ngong Ping Village. Je kan naar keuze in een gondel met  of zonder glazen vloer. Doe ons maar met  zonder! Anders durft Marca niet mee. Aangezien het nog steeds Moon Festival is, zijn we niet de enigen, en staan als Eftelingen in een lange rij. Maar iedereen is vrolijk en geduldig. Vanuit de gondel heb je prachtig uitzicht op het gehele vliegveld, dat op een kunstmatig eiland ligt, en buitengewoon goed georganiseerd is. Laat dat maar over aan de Chinezen. En natuurlijk over de zuid-chinese zee.
Dat Ngong Ping Village is natuurlijk wel een beetje een ballentent met eettentjes, souvenirwinkeltjes en andere zooi. Maar dat heb je ook in Scheveningen of Volendam.
We komen voor de Boeddha zelf (Ngong Ping) en het Po Lin Klooster, beide erg indrukwekkend. Maar  niet oud. De Boeddha staat hier net 20 jaar. Maar daar zitten de Chinezen niet mee.

Op weg terug naar beneden wisselen we nog e-mailadressen uit met een Hong Kongs echtpaar, om dat we elkaar in de gondel op de foto hebben gezet. Altijd gezellig dit soort dingen. 
Vanochtend hadden we een ongelukje. Marca wou de gordijnen opendoen, maar kwam met haar kin op het salontafeltje terecht. Bloeden als een rund. Gelukkig wist de floor manager van het hotel
raad: de medische hulppost van het vliegveld met Dr Wallace Chan. Deze stopt het bloeden plakt de boel af met steriele tape. Wordt vervolgd.

Hong Kong

Hong Kong 12 september
De vlucht naar Hong Kong is niet gedenkwaardig, en dat is een groot compliment voor Cathay Pacific.
Immers ze laten je 10 uur in een vliegtuig zitten vol met mensen die je niet kent, laten je slapen op een tijdstip (17:00 uur) dat je niet schikt op een hoogte die je niet wilt en op een plek dat je denkt, nou nee.
En als je tenslotte geradbraakt en stijf het vliegtuig verlaat is het stiekum toch 7 uur ‘s morgens.
Maar geen moeite is de crew cabin te veel om het leed te verzachten. Hulde.  We klappen niet bij de landing want het percentage Hollanders is te klein. En wij denken: als de banden van het landingsgestel maar niet gaan meeklappen.   
Leep als we zijn, hebben we een kamer geboekt in het Regal Airport Hotel pal op de luchthaven, om even een paar uurtjes slaap te scoren voor we om een uurtje of  een ‘s middags de stad in gaan. De volgende morgen zullen we uitchecken  en zetten we de baggage aldaar in depot. We gaan wederom passagieren, en vliegen ‘s avonds laat richting Brisbane, en verder naar Cairns.
Geheel in Chinese stijl staat in de enorme lobby een metershoog ponton met een waterval eromheen met daarop de obligate zwarte vleugel. Doch men is gastvrij en vriendelijk, ook acht uur ‘s morgens op maandag .
Verkwikt stappen we in de Airport Express richting Hong Kong Island. Daar kan de NS nog een puntje aan zuigen . Koel, cool en binnen een half uur. De aanleg zal wel wat gekost mogen hebben.
Het is heerlijk  ‘Autumn weather’,  het is maar dertig graden, en de luchtvochtigheid is slechts 90 procent, en wat lopen die rare westerlingen toch te puffen en te zweten.
Speciaal om dat zweten tegen te gaan, volgen we de roltrap omhoog de stad in. Het is eigenlijk een reeks losse roltrappen aan elkaar wel een mijl lang. Je kan er dus waar je wilt af en gaan doen wat je leuk vindt: een terrasje pikken, een foto maken,  even kijken bij de eerste moskee van Hong Kong (1917 en mintgroen geverfd)  of struinen in bij de anticairs van Hollywood street.
De roltrap gaat wel omhoog, maar niet omlaag. Daar heb je lijn twee voor. En dus weer puffen en zweten. Als je daar genoeg van hebt is een rit door Hong Kong per dubbeldekker tram erg leuk. Het kost $2.30 per rit, kontant te voldoen  bij verlaten van de tram door munten te storten in de gleuf bij de chauffeur. Nu is een Hong Kong dollar een euro dubbeltje waard, dus dat kan de kop niet kosten.  Je kan natuurlijk ook betalen met de Octopus, een soort ov-chipkaart. Die trams zijn natuurlijk nog van de Engelsen en volgens mij stokoud.
Er zijn overigens ook veel loopbruggen die de verschillende( airconditioned) shopping malls met elkaar verbinden. Zo kom je ook wel door de stadse jungle. Met natuurlijk het risico dat de shopping fever toeslaat. En je alle gekochte spullen de halve aardbol mee moet slepen.
Er zijn veel hippe winkels met dure merkkleding, die gretig aftrek vindt hier. Zeemannetjes hoef je hier niet mee aan te komen. Men loopt er sjiek bij. Dat zal op het vasteland, in het eigenlijke China wellicht anders zijn.
Als het donker wordt (dat gaat hier vrij abrupt want we zitten in de tropen), begeven we ons naar Central Pier, waar we de Star Ferry naar Kow Loon nemen.  De Star Ferry is een stukje nostalgie op zich. Er wordt met boten uit de jaren dertig gevaren, en laveren slingerend door de drukke Victoria Harbour. Erg leuk en erg handig. Voor de rekenaars onder ons: een token voor een enkele reis kost $2.

Vanaf het waterfront op Kow Loon heb je een prachtig uitzicht op de wolkenkrabbers van Hong Kong Island waar we net vandaan komen. Om 20:00 begint begint een klank-en-lichtspel waarbij de gebouwen blits worden verlicht met neon en een regen van groen laserlicht over de haven speelt op het ritme van de Chinese muziek.  Het is er goed toeven met een blikje Carlsberg naast je. Het is dezer dagen maanfeest, en dat vier je met je hele familie en het eten van mooncake. Het is dus gezellig druk op de pier met feestelijk flanerende mensen en met net vanavond de volle maan. In het park is er voor de kinderen een exhibitie van enorme nijntje-achtige lantaarnfiguren die prachtig van binnenuit verlicht zijn.
Terug op het airport eten we nog wat erg lekkere garnalen in tomatensaus en rijst koekjes bij het Green Jade restaurant. Eten met stokjes. Je karretje met koffers worden op een afgesloten gedeelte gestald, en je krijgt een recu. Dat is nog eens valet parking!  Overigens zie je hier bijna geen particuliere auto’s. Het openbaar vervoer is megagoed, en parkeerruimte is er bijna niet. En de mensen wonen in megagrote torenflats, die aan de buitenkant volhangen met rioleringbuizen en airconditioning kastjes.      
 

Vertrek!

Het is zover! We vertrekken richting Hong Kong! Na het afwerken van een mega checklist om het huis veilig achter te laten, worden wij en onze warang  door vriendelijke Gert naar Leiden Centraal gereden. Hij informeert of de de strijkbout wel hebben aanstaan. Ach nee, vergeten, even terug. Na het uitzwaaien gaat hij nog even het ziekenhuis in voor een neuro-fysiologisch klusje. Bedankt Gert!
De NS trakteert ons op een omreis via Sloterdijk vanwege werkzaamheden. Op Sloterdijk is een fijn parcours te voet uitgezet voor de gepakte en gezakte Schipholgangers. Ik schrijf nu maar nog even wat zuurs, want daar komt in Autralie niet veel van vrees ik. Een zwik montere Amerikanen winnen de tijdrit en mogen als beloning als eerste instappen.
We zijn nog gezellig uitgezwaaid door zus Heidi en aanhang, die stomtoevallig op het perron tegenover ons instappen. Nou ja, toevallig, ze gaan natuurlijk naar Hans' ouders, die vandaag de Hurts-dag vieren met zoveel mogelijk familie van mijn moeder. Het spijt me dat we er niet bij kunnen zijn.
Op Schiphol is niet veel te merken van de bewuste datum. Het is daar altijd druk en frantic. Oeps, daar gaat het eerste engelse woord al. Dat zal wel erger worden. We vliegen met een enorme 747 van Cathay Pacific. De Purser is duidelijk een Oosterling, en spreekt vloeiend Chinees (voor zover ik dat kan beoordelen), en ook vloeibaar Nederlands.