dinsdag 29 november 2011

29 nov – New Territories & de Tempel van Tienduizend Boedha's

Beste vrienden en volgers,

We dachten dat Hong Kong bestond uit Hong Kong Island en een reepje Kowloon, maar we waren nog nooit in de New Territories geweest. Dat hoort ook nog bij Hong Kong, hoewel de grens met het eigenlijke China dichtbij is. Nog steeds kan je niet zomaar de grens over, want anders stroomt iedereen uit Gangzhou naar Hong Kong.
In de loop van de afgelopen tientallen jaren zijn in de New Territories de meeste rijstvelden verdwenen, en stedelijke agglomeraties verschenen, verbonden met de rest van Hong Kong door een uitgebreid metrostelsel. En met stedelijk bedoelen we hoogbouw, flatgebouwen van minimaal twintig verdiepingen, shopping malls en industrieterreinen. Er zal de nodige oude plattelandsbebouwing opgeruimd zijn. Sommige met historische waarde, zo besefte men. Sinds de jaren tachtig is er een aantal beschermingsacties succesvol geweest.
Het is een heel ge-overstap met een dik uur reistijd tot metrostation Fanling. Daar stappen we uit om de Fung Ying Seen Koon Taoistische tempel te bezoeken. Die is niet oud, gesticht in 1929, maar is wel authentiek, en vol in gebruik. Er komen veel Chinezen om wierrook te branden bij de plaquettes van dierbare overledenen, of gewoon in de tempel voor het eigen zieleheil. De tempel is ook erg actief in het maatschappelijk werk in Fonglin. Westerse toeristen, gewapend met zonnehoeden, worden tersluiks aangestaard, maar verder niets in de weg gelegd. Engels wordt hier evenwel niet gesproken.




We hebben een foldertje gevonden over een Heritage Walk langs enkele Walled Villages, voor zover die nog bewaard zijn gebleven. Ze werden in de achttiende eeuw gebouwd door de plaatselijk aanzienlijke Tang clan. De ommuring moest de bewoners bescherming bieden in een blijkbaar ruig gebied.
We arriveren aan het begin van de Walk, niet met een aircondioned touringcar en slavendrijvende gids, maar met een rammelende minibus lijn 56K vanuit Fanling Station, en een behulpzame local die gebaart waar we eruit moeten. De rijstbouw is hier nog niet tot een einde gekomen, de bebouwing is dorps, al staan er hier en daar prachtige nieuwe boerenvilla's, op zijn Chinees dan. En de Villages Ma Wat Wai en Lo Wai. De ommuring is authentiek hoewel niet overal kompleet, en binnen de muren staat een modern allegaartje. Er is ook nog een tempeltje, en de Tang Chung Ling Ancestral Hall uit de zestiende eeuw, waar stenen tablets met de namen van voorouders van de genoemde Tang clan bewaard worden. In Communistisch China zal dit wel helemaal niet meer bestaan. Dit soort zaken zal de Culturele Revolutie niet hebben overleefd. En je moest eens weten wat de Chinezen in Peking aan antieke wijken hebben platgegooid ten behoeve van de Olympische Spelen...



We duiken de metrobuizen weer in op zoek naar de Temple of Ten Thousand Boedha's. We hoeven eigenlijk nergens lang te wachten op het perrron, en de metrotreinen zijn heel erg lang. Het is hier dichtbevolkt, en dan loont dit soort zaken. De metro loopt overigens vaak gewoon bovengronds. Het 'Mind the Gap' bij het instappen doet weer erg Engels aan.
Bij station Shin Ta aangekomen zoeken we ons een bult naar de ingang van de tempel van de Bhoeda's, die hoewel niet oud (1949), toch een reputatie heeft in het toeristische circuit. Uiteindelijk arriveren we bij de ingang via een raar klein paadje, voorzien van borden met elke keer weer andere openingstijden. Het toegangspad gaat enige honderden meters steil omhoog en is omzoomd met goudkleurige Boedha's. Wijze Boedha's, lachende Boedha's, contemplatieve Boedha's, spottende Boedha's, troostende Boedha's, honderden Boedha's. Aangekomen op het tempelplein, weer Boedha's. In de verschillende paviljoens, en de pagode, overal staan Boedhabeelden. En in de tempel zelf, ook weer Boedha's. Tienduizend. Ongeveer. De sfeer is plechtig en sereen. Er zijn wel wat toeristen, maar die hebben niet de overhand. Het afsluiten van het complex tegen sluitingstijd begint bij het hoogstgelegen paviljoentje, maar als je nog niet helemaal uitgekeken bent, kan dat ook een paar minuutjes later.






Terug in Kowloon gaan we nog even naar de lobby van het sjieke Carlton-Ritz Hotel, op de 103-de verdieping. Daar informeren we of we even het uitzicht op Hong Kong Island mogen bekijken vanaf de 118-ste. Dat mag, maar pas vanaf half tien 's avonds, want er is een besloten ontvangst gaande. Nou, op het auto-dek op de derde is het uitzicht ook puik. Hong Kong is reeds in kersttooi. Elk hotel en shopping mall wedijvert om de grootste nepkerstboom met nepdennengeur en de grootste ballen. Toch geeft het sfeer.



Tenslotte wordt het tijd om onze warang op te halen die we in bewaring hebben gegeven, in te checken op het vliegveld en ons op te maken voor de tweede Long Tedious Sitdown.




Beste vrienden en volgers,

Allemaal bedankt voor het lezen van alle onzin. In werkelijkheid hebben we natuurlijk al die tijd op Hawai gezeten onder een parasolletje. Misschien gaat de blog wel door, maar met een ander onderwerp en een andere frequentie.

Deze laatste zinnen tik ik gezeten achter mijn computer op zolder thuis. Een mooi einde zou zijn: geen regen tikt zoals het thuis op het dak tikt. Maar het is droog. Het einde wordt dus droge humor.
Nou daar komt ie hoor: en met een droge klik sloot hij zijn laptop.

28 nov – Ontbijten met Shirley en Norman & The First Tedious Long Sitdown

Beste vrienden en volgers,

Ons laatste ontbijt in Nieuw-Zeeland eten we gezellig met onze gastheer en gastvrouw. We babbelen wat over cows and calfs, en over de mooie plekjes in Nieuw Zeeland. Ze hebben vroeger een boerderij gehad bij Auckland, zijn verhuisd naar Wanaka op het Zuideiland, en zijn toch maar weer teruggekomen. Te warm in de zomer, te veel sandflies en te weinig familie. 'Sandflies is the means of population control on the South Island'. Norman is een grapjas. We hebben het ook over Australie en de mooie plekjes daar, en de krokodillen in Kakadoo Park. 'Crocodiles is the means of population control in Australia' merk ik droogjes op. Norman kan 'm wel waarderen, hoewel een van zijn dochters ook in Australie woont. Het bos achter hun huis is hun eigendom en er staan wat jonge Kauri-bomen van niet meer dan honderd jaar. Ze willen hier een wandelroute aanleggen voor de gasten. Als het klaar is komen we kijken, beloven we. Het afscheid nemen valt zwaar. Maar als je wat van de wereld gezien hebt en je wilt op een gegeven moment weer thuis een kijkje gaan nemen, dan moet je wel.
De eindspurt voert langs de prachtige kust boven Auckland. Of eigenlijk kusten. Het Noordeiland is op deze plek zo smal, dat ze hier van Twin Coast spreken. We nemen nog het staartje van de maandagochtendfile in Auckland mee en belanden keurig op tijd op het International Airport. De huurbrik ziet er van buiten uit of ie in gebruik is geweest bij een stukadoor. Dat komt door alle gravel roads van de afgelopen dagen. Met Australie mee hebben we zeker vijfhonderd kilometer van dit soort wegen afgehobbeld. Voor we van Speyck's voorbeeld volgen is er nog tijd om wat blogjes op te sturen en ons voorlopig laatste Subway-ritueel te ondergaan. Zijn er in Nederland ook Subways? Vast wel. Anders wordt het afkicken.
De laatste stripjes Nieuw Zeeland zijn nog te zien uit het vliegtuigraampje. Vlak daarna alleen nog maar wolken. Wat een mooi land.





Na de eerste lange zit huiswaarts komen we op onze klok om twee uur 's nachts aan op Hong Kong Airport. Maar daar is het pas tegen negenen. Er zijn mensen die dan nog een paar uur gaan zitten wachten op een vlucht naar Amsterdam, en dan meteen de tweede Tedious Long Sitdown gaan doen. Wij zijn uit zachter hout gesneden en duiken het Regal Airport Hotel in. Na een nachtje slapen en een dagje Hong Kong gaan we er weer voor.



 
 

zondag 27 november 2011

27 nov – Hundertwasser Toilets & Tawharanui Open Bird Sanctuary

Beste vrienden en volgers,

Het zit er bijna op. We begeven ons vandaag in de richting van Auckland en overnachten in de buurt, zodat we morgen zonder stresstoestanden op het vliegveld kunnen arriveren. Onderweg is er nog wel wat te doen om de gaatjes te vullen. Okiato is de eigenlijke plaats waar in 1840 het gouvernement van Nieuw Zeeland gevestigd werd. Het ligt tegen Russell aan, maar Russell krijgt de meeste credits. Het is hetzelfde als met de inval van de Normandiers in Engeland in 1066. Slag bij Hastings. Niks hoor, het eigenlijke slagveld is een schapenveldje bij het dorpje Battle. In Okiato is niet significant meer te zien; de gouvernementsgebouwen waren van hout en zijn op een kwade dag afgebrand. Er staat alleen een bord:



Het plaatsje Kawakawa ligt vlak in de buurt en gaat prat op hun openbare toiletten, ontworpen door de kunstenaar Hundertwasser, een Oostenrijker. Ze zijn inderdaad heel apart en net zo vrolijk als de rest van zijn werk. Hij is geen vollzeit WC-ontwerper hoor, naar mijn weten zijn dit de enige toiletten door Hundertwasser.


Onze laatste logeeradres is een B&B is even buiten Warkworth. Na inchecken is er nog net tijd voor een bezoekje aan Tawahranui Regional Park. Dat blijkt een schot in de roos. Het is een rijk vogelgebied en bij wijze van afscheid laten de vogels nog even flink hun gezang horen. Tui's, bellbirds, larks, fantails zingen dat het een lieve lust is. Alleen de oystercatcher doet niet mee. Hij is te druk met zijn jong.






Er komt nog een aflevering met de wederwaardigheden van de terugreis, met nog een dagje Hong Hong, maar die verstuur ik waarschijnlijk uit Leiden. We stappen nu op het viegtuig richting het Noorden.
 

26 nov – Zwemmen met dolfijnen & Zeilen in de Bay of Islands

Beste vrienden en volgers,

Vandaag schepen we in op een kleiner bootje van Dolphine Discoveries. Deze heeft flippers en snorkels aan boord, en je mag tussen de dolfijnen zwemmen. Er is een skipper aan boord, een dive-master en een fotografe, die om de twee zinnen aanstekelijk giechelt. Er zijn vier passagiers, wij twee, en twee dametjes uit Israel.



We komen in kontact met een school (of 'pod') van een vrij kleine soort dolfijnen. Maar die vinden ons zwemmende mensen erg eng. Zodra je te water gaat, zijn ze weg. En bovendien is er een jonkie bij. Niet zwemmen dus. Maar ze dartelen vrolijk vlak voor de boot langs. Een prachtig gezicht.
Even later komen de bottle-nosed dolfijnen in zicht. Hier mogen we wel zwemmen, want deze zijn groter dan ons zwemmers en niet snel geintimideerd. Echter hier staan bultige golven. In het water denk je alleen maar aan ademhalen door je snorkel, en een beetje in de goeie richting zwemmen, die je wordt toegebruld vanaf de boot. Maar, zwemmen met dolfijnen is het , ik zie zelfs een hoekje van een vin voorbijkomen, terwijl ik amechtig naar lucht hap. Al snel wordt het water me toch te koud, en word ik weer aan boord gehezen door Felix de divemaster. Marca blijft wijselijk aan boord in de ijselijke wind. De giechelende fotografe heeft foto's genomen, die we meekrijgen op een CD-tje. Al met al een erg leuke ochtend.







Maar de dag is pas halverwege. Paul, de schipper van de Lion of New Zealand, haalt ons in een klein rubberbootje op voor een zeiltocht over de Bay of Islands. Zijn boot is een zeiljacht van een meter of twintig met een onwaarschijnlijk hoge mast. Aan boord krijgen we van stuurman Rob een fijne lunch aangeboden, die we in de kuip opsmikkelen samen met twee Amerikanen uit California, een paar Spanjaarden uit Menorca, twee Chinezen en de twee Israelische meiskes. En twee Kiwi Crew. Bezijden de waarheid nu, want wij zijn de crew en wij moeten de winches bedienen. De zogenaamde 'coffee grinder' is een soort tredmolen die je met je armen aandrijft. Er passen vijf toeristen in die op commando als een razende moeten draaien. Op deze manier worden de zeilen gehezen, en de schoten aangehaald. Daar sta je dan als matroos, zwoegend met tegenover je een beresterke Chinees, die alleen Chinees spreekt. We grijnzen elkaar toe. We verstaan elkaar niet, maar we begrijpen mekaar wel. Als dat geen teambuilding is ...
En daar gaan we, met Paul aan een van de twee stuurwielen. Hij staat aan het loef stuurwiel, en het lij stuurwiel draait loos mee. Als je overstag gaat, wordt het lij stuurwiel het loef stuurwiel. Ik schat de wind op een slordige zes Beaufort, met uitschietertjes, dus het is opschieten met die boot. We maken een knoop of tien, met een 'tilt' van 52 graden op het dashboard. Dat betekent de lijboorden onder water. Iedereen die wil mag even sturen. De meneer uit San Diego doet een stukje, de Chinees die Engels kent wil ook wel even, en ik ook. Paul heeft meteen door dat ik een helmstok gewend ben, want die sturen intuitief verkeerd om. Een stuurwiel op een boot gaat net als een auto, en een helmstok precies andersom. Links is rechts en rechts is links. Maar blijkbaar kan het er op een gegeven moment mee door, want elke keer als we overstag gaan, zijn Paul en Rob druk met de schoten, en moet een matroos het roer doen. Matroos Damian dus. De middag vliegt om, en het is onvergetelijk. Maar de blaren staan op mijn vingers als we de steiger in Russell bestijgen, want 'this is a physical boat, guys', zoals Paul lachend zegt. Hij zeilt ook naar Australie, en verder. Een ferme hand voor de skipper, en een ferme hand terug. See ya! Thanks, we had a great day, Paul! No worries!



Lopend langs de zonnige en gezellig drukke terrasjes aan de waterkant van Russell worden we gewenkt door Eric en Jackie, onze lotgenoten van Kapiti Island, blijkbaar ook hier aangeland. Even een biertje komen drinken. En verhalen vertellen. We zijn het erover eens dat het mooiste is als je de inside stories hoort van de locals. Zoals die van John van Kapiti Island, en Joe bij Rotorua. En dan hoeft je flippertocht niet eens echt te lukken.

25 nov – Spelen met dolfijnen & Urupukapuka Island


Beste vrienden en volgers,

Het waait nog stevig in de baai, maar het is ook lekker zonnig, dus we mogen niet klagen. Ja, jullie, die en in de mist en op het verkeerde halfrond zitten, jullie mogen klagen. Hier maken de Pohutukawa ofwel Christmas Trees zich op voor 25 december. Ze zien er uit als een beetje buitenissige eiken, en bloeien met allemaal kleine rode pluimpjes. Ze komen al een beetje uit.



De Bay of Islands grossiert in - uiteraard - eilanden. Er zijn er welgeteld 144 en dat maakt precies een gros. De rotsen die zonder vegetatie boven het water uitsteken tellen niet mee, anders blijf je bezig.
De boot van Dolphin Discoveries Inc. komt ons 's morgens oppikken van de steiger in Russell voor een rondje door de baai. Het uitzicht verandert per minuut, en is altijd schitterend. Meestal zijn er onderweg wel dolfijnen te spotten, zo belooft men. Er wonen er zo'n vijfhonderd hier en zijn allemaal van de flipper soort. En inderdaad, als we een kleine baai invaren komen er gezellig een tiental rondom de boot spartelen. Na verloop van tijd heben ze er genoeg van en zwemmen weer verder. Wij laten ze rustig vertrekken en tuffen de andere kant op. We willen de dolfijnen geen stress aandoen.



Er is namelijk genoeg te beleven. Even verderop zijn er Jan-van-Genten aan het vissen. Ze speren zich van grote hoogte het water in, en komen meestal wel met buit weer naar boven. En bij Hole in the Rock heeft de zee door een eigenaardige combinatie van stroming en tij een tunnel dwars door een eiland heen gegraven. Je kan er met een flinke boot doorheen varen. Zoals onze catamaran van dertig meter.



Urupukapuka is het grootste eiland in de Bay of Islands. Urupukapuka betekent in het Maori zoiets als vogelsporen in het zand, die van oyster catchers. Het eiland is beeldschoon en we mogen even aan land om de uitzichtpunt bovenop te bezoeken, of anders een kop koffie te scoren in de kleine cafe aan de haven.




Er is op de terugweg nog tijd om je te vergapen aan Eagle's Nest Lodge. Als je miljonair bent kan je je het wel veroorloven om $20,000 per nacht stuk te slaan en daar een feestje te bouwen met wat vrienden. En dan hou je nog genoeg 'bread' over voor een cruise op de Dawn Princess. Maar met een simpel stukje biscuit kan je ook lol hebben: de meeuwen voeren. Tip van Kirstie de fotografe aan boord (van wie deze foto).
In de avond maken we Beef Schnitzel & Sweet Corn on the cob klaar op ons bbq terras. Hierbij schenken we een Cabernet Merlot 2011 uit Ngatarawa, Hawke's Bay, die drinkt als een Beaujolais Primeur. Hij knispert van de fruitige bessen, en heeft toch een aangename balans en een vleugje diepgang. Dit alles bij de 4-Squares supermarket vandaan. Er is weinig keuze in Russell. Hoeft ook niet eigenlijk.

donderdag 24 november 2011

24 nov – Russell Heritage Trail & Sunset in the Bay of Islands

Beste vrienden en volgers,
Het stormt in de Bay of Islands en de regenbuien zwiepen over de heuvels, de eilanden en het water.  Maar wij zitten knus te bloggen in de Kanuka Loft. Het is bepaald geen zolderverdiepinkje. Het is een villaatje met alles erop en eraan, twee veranda's, de een met een barbecue en de ander met luie stoelen en eettafel. Verder een grote eetkeuken en een zitkamer, twee slaapkamers en een badkamer. Je moet alleen een beetje rustig aan doen met het waterverbruik, want er is geen waterleiding. Men vangt het regenwater op in grote tanks. Gelukkig  voor de bewoners regent het hier nogal eens. En gelukkig voor de toeristen slaat het weer ook snel weer om.




Met de aanstaande terugreis in gedachte maken we er een luier-dagje van met alleen een beetje sight-seeing in Russell. Het is een ingeslapen dorpje aan zee, maar wel een charmant ingeslapen dorpje aan zee. En qua historisch belang is Russell helemaal niet slecht bedeeld. In de tijd dat Nieuw-Zeeland  nog niet Engels was, kwamen de walvisvaarders hier fourageren, en had het stadje de bijnaam 'Hell Hole of the Pacific', vanwege de liederlijke toestanden die er heersten. Het heette toen nog niet Russell, maar Kororareka, 'zoet-smakende penguin', naar de uitroep van een gewonde Maori-chief, die penguin-bouillon bestelde om aan te sterken. Hier vlakbij is in 1840 het Waitangi-Treaty getekend, een overeenkomst waarbij de Engelse Queen Victoria soeverein werd, en de Maori-stammen  zekerheden kregen over hun landbezittingen. Er brak naderhand natuurlijk toch gebakkelij uit, mede doordat de Engelse en Maori tekst niet hetzelfde zeiden, met als apotheose het plunderen van Russell door Maori's. Zoals eerder vermeld was Russell ook een tijdlang de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, maar dat heeft geen twee jaar geduurd.
Ook dezer dagen wordt het Waitangi Treaty veelvuldig tevoorschijn gehaald bij landclaims door Maori's. De Maori's zijn politiek vrij groen (niet in de betekenis van onervaren overigens), dus dat is eigenlijk ook niet verkeerd. Er wordt in Nieuw-Zeeland heel wat af geprocedeerd en gemarchandeerd over landclaims en Maori-schatten.


Op de achtergrond van het blauwe puffertje (de ferry naar Pahia) is boven de gele booei een witte mast te zien op het land. Dat is de Waitangi Treaty Ground. De Historische plek in Nieuw Zeeland.
De oudste Anglicaanse kerk in Nieuw-Zeeland (1836) staat in Russell, en ziet er schattig uit. Het is geen museum, maar gewoon een kerk voor en door mensen uit Russell. Het waterfront is pittoreskerderder dan dat van Volendam, en volledig onpretentieus. Je kan er op je dooie akkertje lunchen in 'The Duke of Marlborough', een ouderwets houten hotel met bediening in spijkerbroek. De vis is vers en uitstekend, en wordt niet duur betaald.
Er is een Franse missie, uit de tijd van voor de Engelse souvereiniteit. Hier zijn de eerste boeken in het Maori gedrukt, waaronder een bijbelvertaling. De Franse missionarissen  maakten het papier zelf, en de lederen kaften ook. Even verderop is een museum met een schaalmodel van het schip van James Cook. Want die is hier natuurlijk ook geweest. Er is hier evenwel geen Grumpy old Bay.
In de loop van de dag wordt het ook weer zonnig, zodat de beroemde zonsondergang in de Bay of Islands 'photographable' wordt. Vanaf het dek met de luierstoelen. Even later begint het roepen van de kiwi's in de bossen.



23 nov – Kauri bomen & Russell Ferry

Beste vrienden en volgers,

Wat voor dag is het vandaag? Het is woensdag, als ik de New Zealand Herald mag geloven die bij ons op de mat lig (service van het Sebel Hotel). De voorpagina vermeldt het uitzetten van een troep jonge blauwe penguins, die slachtoffer waren van de olieramp in the Bay of Plenty. Kompleet met foto van vrolijk rennende vogeltjes. Tof! (of met een meer contemporaire exclamatie, vet!). Voor de rest; nieuws over het openen van nieuwe emigratie kantoren uit Nieuw-Zeeland. Jawel, emigratie uit Nieuw Zeeland. Als je hoogopgeleid bent en je wilt echt wat geld verdie
nen, moet je naar Australie. Als je natuur wilt, en rust, vooral blijven. Geen nieuws over de Euro-ellende. Willen we ook niet weten.



Wij gaan vandaag naar de Bay of Islands, een geliefd plekje voor de Kiwi's uit Auckland. Het ligt ver in het noordelijke puntje an het Noordeiland. Hier ligt de eerste hoofdstad van Nieuw-Zeeland, Russell, voordat het Auckland werd, en helemaal voordat het Wellington werd. Het is drie uur rijden. Leuk voor een weekendje uit. Die drie uur geldt niet voor ons, want wij willen ook nog langs de Kauri-kust. En dat is een heel stuk om. Maar wel de moeite waard.
Kauri bomen groeien heel langzaam, worden zestig meter hoog en zien er ongeveer precies zo uit als de eikebomen in de Asterix strips, alleen lichter bruin. Het hout is prachtig, duurzaam, en tegenwoordig zeer zeldzaam. In de negentiende eeuw heeft men hier de hele boel omgezaagd en verwerkt tot allelei spullen, huizen, kasten, vloeren, paaltjes, zeg het maar. Tot het bijna te laat was voor de Kauri. Er is nog vier procent over van het oorspronkelijke aantal Kauri-bomen. En ze doen er honderden jaren over om volwassen te worden.




In Waipoua Kauri Forest is nog een restje Kauri bomen bewaard gebleven. Majestueus. Unphotographable (te groot). Het is of je oog in oog komt met een uitgestorven dinosaurier, maar dan in boomvorm. Kauribomen zwaaien niet in de wind, zoals de toppen van de Redwoods. Ze zijn massief.
Tane Mahuta (Master of the Woods) is de kampioen dikkerd. Zijn bastomvang is een kleine 14 meter. In de tijd dat de Maori's hier voet aan wal zetten, was het al een oude boom, ouder dan enige eik in Europa. Hij wordt geschat op 2000 jaar. Hij heeft de grote kap toevallig overleefd, misschien te afgelegen, misschien gewoon te dik om om te leggen. In de Maori mythologie is Tane de zoon van Ranginui, de hemelvader en Papatuanuku, de aardse moeder. Tane trok Ranguinui en Papatuanuku uit elkaar en schiep aldus het licht, de lucht en de wereld.



Het Kauri Museum is erg aan te bevelen. Er is een complete houtzagerij nagebouwd, waar de Kauri-stammen verzaagd worden. De machinerie wordt aangedreven door een geimporteerde Engels stoomtractor. Er wordt natuurlijk niet echt gezaagd, en alles beweegt electrisch, maar het ziet er heel echt uit. Behalve alles wat te maken heeft met Kauri bomen, bevat het museum ook veel foto’s, erfstukken, meubelen, instrumenten, fietsen, oude melkmachines op benzine, primitieve hutten, kleren, een kompleet pension, etc etc, gepresenteerd in smaakvolle tableau's. Het geeft een mooi beeld van de tijd van het leven van de settlers in de negentiende eeuw.



Er zijn vele ‘mannequins’ ofwel modelpoppen aan het werk in de zagerij. Vele zijn gemodelleerd naar bestaande historische figuren. Als je op de knop ‘Press Here’ drukt, vertellen ze een bondig en waar verhaal. Ik zou ze niet herkennen zonder een van de vele antieke fotokiekjes die hier en daar daar aan de muur hangen. Maar het is wel uitkijken, want je hebt kans dat zo’n pop met gegroefde gelaatsuitdrukking opeens gaat bewegen en wegwandelt. Dan heb je te doen met een lid van de ‘Engine Enthousiasts’. Een groep gepensioneerden, die de oude gemechaniseerde spullen restaureert en aan de praat houdt, de toeristen incluis.
Als liefhebber van Teyler’s in Haarlem, en van de winkel van sinkel, die doorgaat als museum in Denver, is dit hier genieten voor mij. Verdwalen in een museum, verdwalen in de tijd is hier gemakkelijk.
Nieuw-zeeland is erg mooi, maar er is qua natuur ook erg veel verloren gegaan. Sinds de komst van de Maori's, maar zeker sinds de komst van de settlers uit Europa. In het noorden is er veel oerbos gekapt, om plaats te maken voor veehouderij. Maar goed, om met Sir Walter Scott te spreken, ooit kon een eekhoorn uit Nottingham Forest uiteindelijk Londen bereiken zonder uit een boom te hoeven klimmen. Of iets van die strekking. En waarom is Spanje zo kaal? Nou, vanwege honderden jaren van bomenkapperij ten behoeve van de scheepswerven. Voor schepen naar Zuid-Amerika, zilvervloten en dergelijke. History repeats itself. People are not any wiser. Ga jij weleens fietsen naar de supermarkt? Ik ken er een paar. Een paar.
Men is nu erg op behoud hier in NZ, hoewel het niet teveel belastingcenten mag kosten, want de economie hier is erg agrarisch van aard, en toerisme is vooral iets van het Zuideiland. En de prominente bron, de Europese toerist, vindt het hier te duur worden en gaat liever naar Vietnam, Cambodja en Bali.
Men is erachter gekomen dat de Kauri, die ondiepe wortels hebben, erg gevoelig zijn voor vreemde schimmels in hun wortelstelsel. Een reus op lemen voeten. Dus elke toerist staat braaf zijn schoenen af te schrapen aan de bosrand en de zolen te in spuiten met anti-schimmel. En wij doen mee.

Als we uiteindelijk de Bay of Islands bereiken, is het al acht uur 's avonds en dan wordt het hier al aardig donker. We moeten nog een zee-arm oversteken per car-ferry, maar die gaat gelukkig tot tien uur.

dinsdag 22 november 2011

22 nov – Auckland morning stroll & the Domain

Beste vrienden en volgers,

Het Sebel Suite Hotel ligt vlak aan het havenfront, en de cruiseboot Volendam van de HAL ligt aan de kade. Die boot is zo groot dat het het complete dorp aan boord kan, en dan heb je gelijk ook alle benodigde entertainment. Het krioelt hier echter niet van de palingsounders, maar vooral van Amerikanen. Behalve enkele verbluffend dure zeiljachten van all over the world, tegen een achtergrond van dure appartementsgebouwen, is er niet zoveel te beleven aan de Quay.





Vandaar dat we zo zoetjes aan richting Auckland Museum wandelen. Dat ligt in The Domain, een uitgestrekt parkachtig gebied, met cricket grounds, een duckpond en twee oude kassen. Een tussenstation is Albert Park, met een standbeeld van de alomtegenwordige Queen Victoria. In 1897 was ze zestig jaar aan de macht, volgens de sokkel. Zou de huidige Queenie dat ook halen? Dat wordt dan in 2013. We wensen het haar van harte toe. Zoals in elke grote stad word je doodmoe van al dat brullende verkeer en de kwalijke diesel dampen, dus die groene stapstenen zijn wel prettig.



De Maori collectie in Auckland Museum is wereldberoemd en bijna compleet te noemen. De ontbrekende stukken zijn onlangs verhuisd naar het museum in Rotorua (geclaimed stameigendom), en daar komen we net vandaan. Er is hier een orginele oorlogskano uit achttientwintig of daaromtrend met ruimte voor honderd strijders, een voorraadhuis annex kijk-eens-hoe-rijk-en-machtig-deze-stam-is gebouw met houtsnijwerk zo mooi en rijk, affijn, ga zelf maar 's kijken. Verder het mooiste van de gebruiksvoorwerpen, veren kleden, jaden bijlen en hangers, prachtig gesneden hoos-scheppen voor de kano's, noem maar op. Ook 'knuckledusters' (boksbeugels) met haaientanden erin, en bijlen met bladen van jade. Er werd tijdens stammenoorlogen flink gevochten.



Verder een Hall of Remembrance voor de Kiwi's die overzee zijn gesneuveld in oorlogen die niet hunne waren, de Boer War in Zuid Afrika, de Great War in Europa, de oorlog in Korea, Vietnam, en natuurlijk WO II. Er is een hal met een complete Engelse Spitfire, en eentje met een Mitubishi Zero, de Japanse evenknie. Het museum is nog veel groter, maar je kan niet alles bekijken. De ijsbijl van Sir Edmund Hillary, die hij gebruikte bij de beroemde bestijging van Mount Everest is leuk om te zien, maar er is ook een uitgebreide vitrine met neuzel-trofeeen en medailles die hij de volgende halve eeuw ontving van all over the world. Had ie zelf eigenlijk lak aan, zoals een held betaamt.
Van de twee kassen staat er een vol met bloeiende riddersporen, digitalissen, orchideeen, rozen, etc, etc. Het is net of er pasgeleden twintig spuitbussen geurspray zijn leeggespoten, alleen is dit allemaal echt. In de andere is een vijver met een Victoria Amazoniensis, in bloei. De botanische tuin in Leiden heeft ook zo'n waterlelie. Als die bloeit, staat het in de Leidsche Courant op de voorpagina.
Op weg naar de Sebel pikken we nog wat comfort food op bij een Sushi Bar. En we zijn niet de enigen, al komt de rest van de mensen gewoon uit kantoor.

21 nov – The Redwoods & Hamilton Gardens revisited

Beste vrienden en volgers,

Al een paar keer in Rototua denken we dat we nodig moeten opstaan, terwijl het midden in de nacht is. We hebben nu de oplossing voor dit mysterie, het zijn de Bell Birds, die net zo' n geluid maken als de wake-up call van ons mobieltje. En die opname komt van een NZ-vogel-CD. Lachen toch?
Vandaag hopen we aan te landen in Auckland, en dat is ongeveer drie uur rijden. Dat geeft ons genoeg tijd voor wat gezellige uitstapjes onderweg. Oscar, onze Maori host heeft ons aangeraden om vooral ook de Redwoods te bezoeken. En dat blijkt een goed idee. Even buiten Rototua bevindt zich Whakarewarewa Forest, waar men rond negentienhonderd een groot bos aangeplant heeft, dat nu aardig op leeftijd is. Een gedeelte bestaat uit Californian Redwoods, die erg oud en erg hoog worden. De hoogste is nu zevenenzestig meter. We dachten dat de aanplant ten behoeve van de toeristen in Rotorua was, maar dat is toch niet zo. Het bos was een proef-areaal voor de bosbouw. Er staan ook nog andere bomen in plukjes van een paar hectare, zoals de peppermint tree uit Tasmanie.





Er is een 'walk the dog walk' van een half uurtje, eentje van een dik uur met een uitzichtpunt over Rotorua, en het meer serieuze werk, want Whakarewarewa Forest is erg groot.
Cambridge is een klein stadje met een grote naam, en met een village green, een flink aantal tearooms, myriaden grijze dametjes met kralenketting en handtas op straat, en toch enorm Nieuw Zeelands. We kopen sandwiches en cola bij het winkeltje van een import Chinese dame, en er is een Backpacker's Inn. En een antieke auto, speciaal daar neergezet voor mij om te fotograferen.




Hamilton ligt iets ten zuiden van Auckland. Wat we ons niet herinnerden van ons vorige bezoek was de lelijke ring van bedrijventerreinen rond de stad, die in de loop van de jaren niet bepaald geslonken is. Een mooie herinnering was Hamilton Gardens. Er was een Japanse Zen-tuin, een Chinese tuin, een Indiaase Mogul-tuin, een Californische moderne tuin, een English flower garden en een Italiaanse Renaissance giardino. En het was toen mooi weer. Zouden ze er nog zo mooi bijliggen als in de herinnering? Of is de verbeelding een beetje op de loop gegaan met het verleden? We gaan toch even kijken. Het miezert een beetje. Maar och jeetje, de zes tuinen liggen er nog steeds glorieus bij. Toppertje!



Auckland is erg uitgestrekt, en er woont een substantieel percentage van de vier miljoen Kiwi's. We arriveren er tegen spitsuur, dus het is genieten geblazen tot we kunnen inchecken in Sewal Suite Hotel. Het CBD lijkt voornamelijk te bestaan uit kantoorgebouwen en parkeergarages. En er is een overvloed aan commodity shops voor ditje en datjes, en souvenir winkeltjes, gedreven door de paatsleijke Chinese middenstand. We dineren met micro-wavable dumplins en seafood patties uit een Koreaanse commodity shop. Best lekker.



maandag 21 november 2011

20 nov – Te Urewera Tree Planting Trek & Bekende Gezichten

Beste vrienden en volgers,

Vandaag zijn we vroeg op pad voor een zondagmorgen, en ook vroeg voor ons eigen doen. We verlaten om acht uur de Mud Hut om onze gastheer bij hem thuis op te zoeken in Rerewhakaaitu. Eventuele Jehova’s moeten maar aanbellen bij de buren. Onze host is een zeer gedistingeerde, grijzende en eloquente Maori, hij heeft pretogen als ie vertelt, en weet wat zich in de wereld afspeelt. Hij is vaak te vinden op de vakantiebeurs in Jutrekt. Joe heeft ongetwijfeld een Maori naam, maar die blijft voor ons verborgen. Niet dat ik ‘m korrect zou onthouden. Hij heeft twee junior-gidsen bij zich van zijn stam, dus we zijn met twee gasten en drie gidsen.



We maken eerst een wandeling door het Podocarp oerbos op het land van Joe’s voorvaderen, Whirinaki Forest. Er zijn vijf ondersoorten van de Podocarp’s, waarvan de Rimu er een van is. Deze bomen kunnen letterlijk stokoud worden en zeventig meter hoog. De meeste zijn jonkies van vierhonderd jaar oud, maar er is ook een exemplaar van duizend jaar oud, ‘ the Guardian’ genaamd. Vraag me niet naar de Maori naam, maar het eindigde op ‘tchakka’, dat onthoud ik nog wel. Als het regent, wil Joe er weleens schuilen met wie er bij hem is. Er passen vijf man in de ruimte tussen de wortels.
Er is ook een soort boom, snelgroeiend, die vaak overgroeid wordt met een soort klimop, waardoor de stam gekronkeld wordt. Dit hout wordt gebruikt voor wandelstokken die eruit zien als een kurketrekker. We zagen een hele mooie in het museum in Rotorua. In het Maoari heten ze Toko Toko. Als van Oldenbarneveldt dat eens had geweten!
We lunchen bij Whirinaki Falls, met heerlijke sandwiches die we zelf mogen assembleren met sla, tomaten, avocado, ham, enz, enz uit tupperware bakjes die Jo (Joe’s vrouw) heeft meegegeven. Voor bekenden heten ze: PJ (Papa Joe) en MJ (Mama Jo). MJ (Joanne) komt overigens uit Engeland. Joe vertelt dat ie op Paaseiland is geweest en dat ie met de mensen daar in Maori goed kon communiceren.
Het plechtige moment is daar, in het mooie bos mogen we elk negen van die Rimu's planten. In setjes van drie, een voorjezelf, een voor de rest van de mensheid, en een om terug te geven aan de natuur. Bij het planten zeg je: ‘E Tipu, E Toro, E Tuu’. Dat wil zegen: groei, word groot en word oud. Elke vijftig jaar even terugkomen en checken of ze goed groeien.




Het mooie van deze tour is dat je op pad bent met een verstandige Maori, die weet wat er in de wereld te koop is, erover weet te praten, in contact staat met zijn stam en met vele andere mogelijke instanties die hul kunnen bieden. Hij wil iets wil doen om de oerbossen van Nieuw Zeeland niet te laten verdwijnen. En jij mag er aan bijdragen. En onderwijl een goede tijd hebben (and in the meanwhile have a good time). Thanks Joe! En we helpen hem aan een kontact bij de Universiteit van Wageningen.
De volgende tour komt eraan en bestaat uit vier Nederlanders. Ze gaan tussen de bomen overnachten in het Bush Camp. Twee kennen we van Kapiti Island, en de andere zijn onze buren van het volkstuintje. Goed volk! De Kapiti-gangers spreken we nog en vragen ze vooral de hartelijke groeten over te brengen.

19 nov – Rotorua Bath House & Personal Hot Spa

Beste vrienden en volgers,

Het Rotorua Museum is gevestigd in het oude badhuis uit 1907. Een opzichtig neogothisch geval in de toenmalige stijl van de Europese badhuizen. Van overal uit de wereld kwam men hier om te baden in het warme, geneeskrachtige, maar stinkende water. Onlangs is een nieuwe vleugel in het museum geopend met de geschiedenis van de Maori's hier ter plekke. Een expositie met vijf sterretjes.
Ook kan je in de kelders bekijken hoe een heet modderbad in z'n werk ging, en de oude gecorrodeerde waterpijpen bewonderen. Wel een hemlpie op, want het plafond is laag.



De waterstofsulfide (rotte eieren lucht!) in het water tastte alle metaal in ijltempo aan, en het beton van de funderingen. Er was altijd wel een reparatie aan de gang. Van af het viewing platform heb je een mooi uitzicht over de Government Gardens rond het badhuis.




 Tot in de jaren zestig was het een badhuis, daarna een restaurant, Tudor Towers, daarna nachtclub, en nu dus museum.En een erg mooi museum. We komen eigenlijk nergens anders aan toe.



Behalve de bbq in de achtertuin is er ook een mooi rond zwembadje in de voortuin. Dit kan je met behulp van een ondergrondse pomp vullen uit de natuurlijke heetwater bron vlak in de buurt. Gemengd met wat koud water levert dit een zalige Hot Spa op, zoals ze hier zeggen. met weinig ‘Foul Wind’ zoals elders in Rotorua. Heel fijn om hier je stalpoten in te laten weken. Stalpoten? Een West-Friese uitdrukking. Zo voelen je benen na vijf uur museumbezoek.

18 nov – White Terraces & Hidden Valley

Beste vrienden en volgers,

Reisreporters doen het met de spreekwoordelijke interviews met taxi-chauffeurs. Wij doen het met gezellig babbelen met B&B-houders. Die zitten mede in de bussines vanwege hun interesse voor mensen. Als we uiteindelijk afscheid nemen van Gayle, is eenieder op de hoogte van het micro-klimaat nabij de Mangawhero River, de invloed hiervan op het aantal vliegen door de seizoenen, het kruisen van labradors met border colliers (waarvan het resultaat te zien is in hondje Daisy), het sociale klimaat in Australie in de zestiger jaren, en waarom het bij wet verboden is het Engelse parlement te betreden in harnas . En nog veel meer. Inclusief wat er onderweg naar Rotorua onderweg allemaal is te zien.
We verlaten de hoogvlakte van Tongariro langs de andere kant vanwaar we aankwamen. Hier hebben de overheersende winden de lava-as opgeworpen tot glooiende heuvels. Het ziet er totaal anders uit dan even verderop. Dat is ook het mooie aan Nieuw-Zeeland: er is een schier eindeloze verscheidenheid en variatie in de verschillende landschappen.




Later komen we aan de oevers van Lake Taupo, een groot meer van zeker dertig kilometer doorsnee. Het is trouwens een grote vulkaankrater, dus we geven ietsje meer gas. De boel mocht eens onverwacht de lucht in vliegen. Vanaf het plaatsje Taupo (zonder Lake), rijden we het district Rotorua in. De Maori’s die vlakbij landden in hun dubbelkano’s vanuit ergens in de Pacific, hadden snel door dat de vele warme bronnen hier ideaal waren om geneeskrachtig in te baden. Door de zwavelverbindingen die met het water opborrelen, is het erg gezond. Amerikanen informeren altijd of er wat mis is met de riolering. Nee dus. Het ruikt hier altijd zo. Het zijn de hete bronnen.





Hoogtepunten verder zijn de Huka Falls, waar het water van Lake Taupo zich een weg baant spuugt. Verder the Orakei Korako of wel Hidden Valley, waar uit een flink aantal hete bronnen en geysers het water over een glooiend natuurlijk terras Lake Ohakuri in loopt. Je kan er heen met een bootje bestuurd door een onwaarchijnlijk dikke Maori. We gaan onwillekeurig maar aan de andere kant van de boot zitten tegen het kiepen. Niet nodig, de man verstaat zijn vak. Hij houdt ook keurig bij hoeveel personen er op het terras zijn, zodat er maar een laatste rit nodig is.



In Rotorua rijden we volgens ons kaartje naar 2 Kuirau Street, vissen de sleutel achter de opgerolde tuinslang vandaan, en maken het ons gemakkelijk in the Mud Hut. We proppen de was in de machine, zetten de barbecue in de achtertuin aan, marineren de zalm. Voor ons geen backpacken hoor.