Stel je voor, het is nacht in de Blue Mountains, je ligt in bed in je tuinhuisje, en je moet er toch even uit. Je loopt op de tast naar de badkamer. Daar is het ietsje minder donker, want er is een bovenlicht waar het sterrenlicht doorheen pinkelt. Wat voel je dan? Je voelt een beetje geluk.
Alvorens af te reizen naar Sydney Airport, waar we overnachten, bezoeken we nog een aantal mooie plekken in de Blue Mountains. Van een Australische boer, die we op Sublime Point spraken de vorige dag, kregen we de tip om vooral niet Wentworth Falls over te slaan. Welja, weer een waterval. Maar deze is echt spectaculair mooi gelegen. Wel eerst even stevig doorstappen over laten we zeggen geaccidenteerd terrein. Wat hebben we een spierpijn van de vorige dag! De kookaburra's in de bomen lachen ons echter genadeloos uit.
Dan is Campbell Rhododendron Gardens aan de beurt. Een bostuin van eucalyptusbomen met azalea's en rhodo's, alles flink in bloei, want het is hier lente. Alles aangelegd door vrijwilligers. We geven het adres door van de Japanse tuin in Clingendael, wellicht kunnen ze onderling tips uitwisselen. Het is ook een mooie gelegenheid om al het geaccumuleerde muntgeld kwijt te raken in de Donation Box.
Tomah Botanic Garden is als laatste aan de beurt. Prachtig aangelegd en gemanicureerd. Je zou er zomaar de hele dag zoet kunnen brengen, maar wij moeten ons in het verkeersgedruis storten van weekendgangers die terugkeren naar Sydney na een perfect weekend in de Blue Mountains. We checken in in hotel Mercure, een saai internationaal hotel met als enige asset dat het naast het airport ligt. Maar de T-bone steak en de prawn salad in het restaurant zijn top.
Op naar Nieuw Zeeland!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten