Beste vrienden en volgers,
We dachten dat Hong Kong bestond uit Hong Kong Island en een reepje Kowloon, maar we waren nog nooit in de New Territories geweest. Dat hoort ook nog bij Hong Kong, hoewel de grens met het eigenlijke China dichtbij is. Nog steeds kan je niet zomaar de grens over, want anders stroomt iedereen uit Gangzhou naar Hong Kong.
In de loop van de afgelopen tientallen jaren zijn in de New Territories de meeste rijstvelden verdwenen, en stedelijke agglomeraties verschenen, verbonden met de rest van Hong Kong door een uitgebreid metrostelsel. En met stedelijk bedoelen we hoogbouw, flatgebouwen van minimaal twintig verdiepingen, shopping malls en industrieterreinen. Er zal de nodige oude plattelandsbebouwing opgeruimd zijn. Sommige met historische waarde, zo besefte men. Sinds de jaren tachtig is er een aantal beschermingsacties succesvol geweest.
Het is een heel ge-overstap met een dik uur reistijd tot metrostation Fanling. Daar stappen we uit om de Fung Ying Seen Koon Taoistische tempel te bezoeken. Die is niet oud, gesticht in 1929, maar is wel authentiek, en vol in gebruik. Er komen veel Chinezen om wierrook te branden bij de plaquettes van dierbare overledenen, of gewoon in de tempel voor het eigen zieleheil. De tempel is ook erg actief in het maatschappelijk werk in Fonglin. Westerse toeristen, gewapend met zonnehoeden, worden tersluiks aangestaard, maar verder niets in de weg gelegd. Engels wordt hier evenwel niet gesproken.
We hebben een foldertje gevonden over een Heritage Walk langs enkele Walled Villages, voor zover die nog bewaard zijn gebleven. Ze werden in de achttiende eeuw gebouwd door de plaatselijk aanzienlijke Tang clan. De ommuring moest de bewoners bescherming bieden in een blijkbaar ruig gebied.
We arriveren aan het begin van de Walk, niet met een aircondioned touringcar en slavendrijvende gids, maar met een rammelende minibus lijn 56K vanuit Fanling Station, en een behulpzame local die gebaart waar we eruit moeten. De rijstbouw is hier nog niet tot een einde gekomen, de bebouwing is dorps, al staan er hier en daar prachtige nieuwe boerenvilla's, op zijn Chinees dan. En de Villages Ma Wat Wai en Lo Wai. De ommuring is authentiek hoewel niet overal kompleet, en binnen de muren staat een modern allegaartje. Er is ook nog een tempeltje, en de Tang Chung Ling Ancestral Hall uit de zestiende eeuw, waar stenen tablets met de namen van voorouders van de genoemde Tang clan bewaard worden. In Communistisch China zal dit wel helemaal niet meer bestaan. Dit soort zaken zal de Culturele Revolutie niet hebben overleefd. En je moest eens weten wat de Chinezen in Peking aan antieke wijken hebben platgegooid ten behoeve van de Olympische Spelen...
We duiken de metrobuizen weer in op zoek naar de Temple of Ten Thousand Boedha's. We hoeven eigenlijk nergens lang te wachten op het perrron, en de metrotreinen zijn heel erg lang. Het is hier dichtbevolkt, en dan loont dit soort zaken. De metro loopt overigens vaak gewoon bovengronds. Het 'Mind the Gap' bij het instappen doet weer erg Engels aan.
Bij station Shin Ta aangekomen zoeken we ons een bult naar de ingang van de tempel van de Bhoeda's, die hoewel niet oud (1949), toch een reputatie heeft in het toeristische circuit. Uiteindelijk arriveren we bij de ingang via een raar klein paadje, voorzien van borden met elke keer weer andere openingstijden. Het toegangspad gaat enige honderden meters steil omhoog en is omzoomd met goudkleurige Boedha's. Wijze Boedha's, lachende Boedha's, contemplatieve Boedha's, spottende Boedha's, troostende Boedha's, honderden Boedha's. Aangekomen op het tempelplein, weer Boedha's. In de verschillende paviljoens, en de pagode, overal staan Boedhabeelden. En in de tempel zelf, ook weer Boedha's. Tienduizend. Ongeveer. De sfeer is plechtig en sereen. Er zijn wel wat toeristen, maar die hebben niet de overhand. Het afsluiten van het complex tegen sluitingstijd begint bij het hoogstgelegen paviljoentje, maar als je nog niet helemaal uitgekeken bent, kan dat ook een paar minuutjes later.
Terug in Kowloon gaan we nog even naar de lobby van het sjieke Carlton-Ritz Hotel, op de 103-de verdieping. Daar informeren we of we even het uitzicht op Hong Kong Island mogen bekijken vanaf de 118-ste. Dat mag, maar pas vanaf half tien 's avonds, want er is een besloten ontvangst gaande. Nou, op het auto-dek op de derde is het uitzicht ook puik. Hong Kong is reeds in kersttooi. Elk hotel en shopping mall wedijvert om de grootste nepkerstboom met nepdennengeur en de grootste ballen. Toch geeft het sfeer.
Tenslotte wordt het tijd om onze warang op te halen die we in bewaring hebben gegeven, in te checken op het vliegveld en ons op te maken voor de tweede Long Tedious Sitdown.
Beste vrienden en volgers,
Allemaal bedankt voor het lezen van alle onzin. In werkelijkheid hebben we natuurlijk al die tijd op Hawai gezeten onder een parasolletje. Misschien gaat de blog wel door, maar met een ander onderwerp en een andere frequentie.
Deze laatste zinnen tik ik gezeten achter mijn computer op zolder thuis. Een mooi einde zou zijn: geen regen tikt zoals het thuis op het dak tikt. Maar het is droog. Het einde wordt dus droge humor.
Nou daar komt ie hoor: en met een droge klik sloot hij zijn laptop.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten