donderdag 24 november 2011

23 nov – Kauri bomen & Russell Ferry

Beste vrienden en volgers,

Wat voor dag is het vandaag? Het is woensdag, als ik de New Zealand Herald mag geloven die bij ons op de mat lig (service van het Sebel Hotel). De voorpagina vermeldt het uitzetten van een troep jonge blauwe penguins, die slachtoffer waren van de olieramp in the Bay of Plenty. Kompleet met foto van vrolijk rennende vogeltjes. Tof! (of met een meer contemporaire exclamatie, vet!). Voor de rest; nieuws over het openen van nieuwe emigratie kantoren uit Nieuw-Zeeland. Jawel, emigratie uit Nieuw Zeeland. Als je hoogopgeleid bent en je wilt echt wat geld verdie
nen, moet je naar Australie. Als je natuur wilt, en rust, vooral blijven. Geen nieuws over de Euro-ellende. Willen we ook niet weten.



Wij gaan vandaag naar de Bay of Islands, een geliefd plekje voor de Kiwi's uit Auckland. Het ligt ver in het noordelijke puntje an het Noordeiland. Hier ligt de eerste hoofdstad van Nieuw-Zeeland, Russell, voordat het Auckland werd, en helemaal voordat het Wellington werd. Het is drie uur rijden. Leuk voor een weekendje uit. Die drie uur geldt niet voor ons, want wij willen ook nog langs de Kauri-kust. En dat is een heel stuk om. Maar wel de moeite waard.
Kauri bomen groeien heel langzaam, worden zestig meter hoog en zien er ongeveer precies zo uit als de eikebomen in de Asterix strips, alleen lichter bruin. Het hout is prachtig, duurzaam, en tegenwoordig zeer zeldzaam. In de negentiende eeuw heeft men hier de hele boel omgezaagd en verwerkt tot allelei spullen, huizen, kasten, vloeren, paaltjes, zeg het maar. Tot het bijna te laat was voor de Kauri. Er is nog vier procent over van het oorspronkelijke aantal Kauri-bomen. En ze doen er honderden jaren over om volwassen te worden.




In Waipoua Kauri Forest is nog een restje Kauri bomen bewaard gebleven. Majestueus. Unphotographable (te groot). Het is of je oog in oog komt met een uitgestorven dinosaurier, maar dan in boomvorm. Kauribomen zwaaien niet in de wind, zoals de toppen van de Redwoods. Ze zijn massief.
Tane Mahuta (Master of the Woods) is de kampioen dikkerd. Zijn bastomvang is een kleine 14 meter. In de tijd dat de Maori's hier voet aan wal zetten, was het al een oude boom, ouder dan enige eik in Europa. Hij wordt geschat op 2000 jaar. Hij heeft de grote kap toevallig overleefd, misschien te afgelegen, misschien gewoon te dik om om te leggen. In de Maori mythologie is Tane de zoon van Ranginui, de hemelvader en Papatuanuku, de aardse moeder. Tane trok Ranguinui en Papatuanuku uit elkaar en schiep aldus het licht, de lucht en de wereld.



Het Kauri Museum is erg aan te bevelen. Er is een complete houtzagerij nagebouwd, waar de Kauri-stammen verzaagd worden. De machinerie wordt aangedreven door een geimporteerde Engels stoomtractor. Er wordt natuurlijk niet echt gezaagd, en alles beweegt electrisch, maar het ziet er heel echt uit. Behalve alles wat te maken heeft met Kauri bomen, bevat het museum ook veel foto’s, erfstukken, meubelen, instrumenten, fietsen, oude melkmachines op benzine, primitieve hutten, kleren, een kompleet pension, etc etc, gepresenteerd in smaakvolle tableau's. Het geeft een mooi beeld van de tijd van het leven van de settlers in de negentiende eeuw.



Er zijn vele ‘mannequins’ ofwel modelpoppen aan het werk in de zagerij. Vele zijn gemodelleerd naar bestaande historische figuren. Als je op de knop ‘Press Here’ drukt, vertellen ze een bondig en waar verhaal. Ik zou ze niet herkennen zonder een van de vele antieke fotokiekjes die hier en daar daar aan de muur hangen. Maar het is wel uitkijken, want je hebt kans dat zo’n pop met gegroefde gelaatsuitdrukking opeens gaat bewegen en wegwandelt. Dan heb je te doen met een lid van de ‘Engine Enthousiasts’. Een groep gepensioneerden, die de oude gemechaniseerde spullen restaureert en aan de praat houdt, de toeristen incluis.
Als liefhebber van Teyler’s in Haarlem, en van de winkel van sinkel, die doorgaat als museum in Denver, is dit hier genieten voor mij. Verdwalen in een museum, verdwalen in de tijd is hier gemakkelijk.
Nieuw-zeeland is erg mooi, maar er is qua natuur ook erg veel verloren gegaan. Sinds de komst van de Maori's, maar zeker sinds de komst van de settlers uit Europa. In het noorden is er veel oerbos gekapt, om plaats te maken voor veehouderij. Maar goed, om met Sir Walter Scott te spreken, ooit kon een eekhoorn uit Nottingham Forest uiteindelijk Londen bereiken zonder uit een boom te hoeven klimmen. Of iets van die strekking. En waarom is Spanje zo kaal? Nou, vanwege honderden jaren van bomenkapperij ten behoeve van de scheepswerven. Voor schepen naar Zuid-Amerika, zilvervloten en dergelijke. History repeats itself. People are not any wiser. Ga jij weleens fietsen naar de supermarkt? Ik ken er een paar. Een paar.
Men is nu erg op behoud hier in NZ, hoewel het niet teveel belastingcenten mag kosten, want de economie hier is erg agrarisch van aard, en toerisme is vooral iets van het Zuideiland. En de prominente bron, de Europese toerist, vindt het hier te duur worden en gaat liever naar Vietnam, Cambodja en Bali.
Men is erachter gekomen dat de Kauri, die ondiepe wortels hebben, erg gevoelig zijn voor vreemde schimmels in hun wortelstelsel. Een reus op lemen voeten. Dus elke toerist staat braaf zijn schoenen af te schrapen aan de bosrand en de zolen te in spuiten met anti-schimmel. En wij doen mee.

Als we uiteindelijk de Bay of Islands bereiken, is het al acht uur 's avonds en dan wordt het hier al aardig donker. We moeten nog een zee-arm oversteken per car-ferry, maar die gaat gelukkig tot tien uur.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten