Beste vrienden en volgers,
Punakaiki in de slagregen is erg romantisch, maar na 50 seconden gaat het toch wat vervelen. Dat is ook de tijd die de toaster nodig heeft om het brood te verpesten. Dat ding heeft twee standen: uit, en verkolen. De rookmelder heeft 49 seconden nodig om alarm te slaan, dus onze toast is toch gered.
‘We never knew that sand could fly, but here it is: sandflies!’ Dat is het motto dat we in het guestbook willen schrijven na enige verse beten van die @#$!-beesten. Maar het huisje was te leuk en te goed verzorgd, dus dat doen we niet.
In het naastgelegen Punakaiki Resort hebben we ooit nog eens gelogeerd en daar gaan we nog een kurketrekker kopen. Niet dat we zo’n ding nodig hebben. We hebben er vier in de keukenla liggen, en bovendien hebben zelfs de beste Grand Cru’s tegenwoordig een schroefdop. Maar onze oude Punakaiki kurketrekker is stuk, en nostalgie weegt zwaar. De vriendelijke dame van de receptie meldt echter dat er nieuwe eigenaren zijn, en dat er geen merchandise meer is. Jammer. Nieuwe tijden. You have to keep up. Na een opgewekt ‘thanks anyway’ druipen we af. Letterlijk.
Vandaag steken we het hele Zuideiland over en strijken we neer in Kaikoura aan de Oostkust. Het schijnt dat je daar goed walvissen kunt kijken. Het regent nog steeds pijpestelen als we arriveren bij Cape Foulwind, nog aan de westkust. Captain Cook was niet zo’n vrolijkert blijkbaar: Cape Tribulation, Doubtful Sound, en nu weer Cape Foulwind. Zeker net een vat bonen van mindere kwaliteit aangeslagen toendertijd aan boord.
Heden is hier echter een kolonie zeehonden te bewonderen. Je kijkt er vanaf de uitkijkpost pal op. Een belangrijk verschil tussen zeehonden en zeeleeuwen schijnt te zijn dat zeeleeuwen nog iets meer poten hebben dan zwemflappen, en dat ze dus beter over de rotsen kunnen klimmen. Maar deze zeehonden zijn blijkbaar close family, ze huppelen met speels gemak over de rotsen met hun flappen. Voor de mannetjes is het meer een koddig hompelen, met hun extra vetlagen. Ondanks de regen dollen ze wat met elkaar, en ze gaan een stukkie zwemmen. Voor hen is het verschil tussen nat in het water en nat op het droge er niet.
We rijden langs de Gorge van de Buller River naar Lewis Pass. Deze pas markeert de grens tussen westen en oosten van het eiland. We passeren ‘m in dikke regenwolken, maar daarna gaat onze hoop op beter weer toch beetje bij beetje in vervulling. In Hanmer Springs is het eigenlijk best lekker weer, en we genieten van een late lunch op een bankje in het park met lekkere BLT-sandwiches (Bacon, Lettuce & Tomato) en een slokje water uit het drinkwaterkraantje naast ons bankje. Naarmate we verder komen, wordt het steeds zonnigerder en wordt het landschap betoverend mooi. Het is of de Schepper de bergen zopas in fris aquarel voor ons uitgeschilderd heeft. Elke bocht die we omgaan geeft weer nieuwe vergezichten, waarvan de verf nog niet helemaal droog is.
Ons onderkomen in Kaikoura blijkt de Honeymoon Suite van ‘The Fairways’ te zijn. Een bungalow waar James Bond zo in kan met de laatste van zijn veroveringen. Volledige keuken, eetbar (het is evenwel vergeefs zoeken naar de Dom Perignon in de koelkast), Kingsize bed. We moeten heftig tellen, maar dit is ongeveer onze vijfentwintigste niet-honneymoon reis.
Er is ook een gr-o-o-te barbecue op het terras. De meereizende chef snelt naar de winkels om superverse monkfish in te kopen voor op de barbecue, en vuistgrote mosselen, die levend uit een dispenser in je plastic zak vallen, af te wegen bij de kassa. En een flesje Oysterbay Chardonnay om al dit kostbaars te bevochtigen, net goed rijpe avocado als sla, zoete aardappelen om te roosteren. Kappertjes, mayo, creme fraiche en verse citroen voor de saus. Het hoeft niet weinig te zijn, als het maar lekker is.
Na afloop van het diner is het goed uitzakken na een vermoeiende dag. Er is een open haard van zeker anderhalve meter breed in onze lounge, natuurlijk met afstandbediening. Lucky us!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten