Beste vrienden en volgers,
Vandaag zijn we vroeg op pad voor een zondagmorgen, en ook vroeg voor ons eigen doen. We verlaten om acht uur de Mud Hut om onze gastheer bij hem thuis op te zoeken in Rerewhakaaitu. Eventuele Jehova’s moeten maar aanbellen bij de buren. Onze host is een zeer gedistingeerde, grijzende en eloquente Maori, hij heeft pretogen als ie vertelt, en weet wat zich in de wereld afspeelt. Hij is vaak te vinden op de vakantiebeurs in Jutrekt. Joe heeft ongetwijfeld een Maori naam, maar die blijft voor ons verborgen. Niet dat ik ‘m korrect zou onthouden. Hij heeft twee junior-gidsen bij zich van zijn stam, dus we zijn met twee gasten en drie gidsen.
We maken eerst een wandeling door het Podocarp oerbos op het land van Joe’s voorvaderen, Whirinaki Forest. Er zijn vijf ondersoorten van de Podocarp’s, waarvan de Rimu er een van is. Deze bomen kunnen letterlijk stokoud worden en zeventig meter hoog. De meeste zijn jonkies van vierhonderd jaar oud, maar er is ook een exemplaar van duizend jaar oud, ‘ the Guardian’ genaamd. Vraag me niet naar de Maori naam, maar het eindigde op ‘tchakka’, dat onthoud ik nog wel. Als het regent, wil Joe er weleens schuilen met wie er bij hem is. Er passen vijf man in de ruimte tussen de wortels.
Er is ook een soort boom, snelgroeiend, die vaak overgroeid wordt met een soort klimop, waardoor de stam gekronkeld wordt. Dit hout wordt gebruikt voor wandelstokken die eruit zien als een kurketrekker. We zagen een hele mooie in het museum in Rotorua. In het Maoari heten ze Toko Toko. Als van Oldenbarneveldt dat eens had geweten!
We lunchen bij Whirinaki Falls, met heerlijke sandwiches die we zelf mogen assembleren met sla, tomaten, avocado, ham, enz, enz uit tupperware bakjes die Jo (Joe’s vrouw) heeft meegegeven. Voor bekenden heten ze: PJ (Papa Joe) en MJ (Mama Jo). MJ (Joanne) komt overigens uit Engeland. Joe vertelt dat ie op Paaseiland is geweest en dat ie met de mensen daar in Maori goed kon communiceren.
Het plechtige moment is daar, in het mooie bos mogen we elk negen van die Rimu's planten. In setjes van drie, een voorjezelf, een voor de rest van de mensheid, en een om terug te geven aan de natuur. Bij het planten zeg je: ‘E Tipu, E Toro, E Tuu’. Dat wil zegen: groei, word groot en word oud. Elke vijftig jaar even terugkomen en checken of ze goed groeien.
Het mooie van deze tour is dat je op pad bent met een verstandige Maori, die weet wat er in de wereld te koop is, erover weet te praten, in contact staat met zijn stam en met vele andere mogelijke instanties die hul kunnen bieden. Hij wil iets wil doen om de oerbossen van Nieuw Zeeland niet te laten verdwijnen. En jij mag er aan bijdragen. En onderwijl een goede tijd hebben (and in the meanwhile have a good time). Thanks Joe! En we helpen hem aan een kontact bij de Universiteit van Wageningen.
De volgende tour komt eraan en bestaat uit vier Nederlanders. Ze gaan tussen de bomen overnachten in het Bush Camp. Twee kennen we van Kapiti Island, en de andere zijn onze buren van het volkstuintje. Goed volk! De Kapiti-gangers spreken we nog en vragen ze vooral de hartelijke groeten over te brengen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten