dinsdag 27 september 2011

Kakadu National Park, zondag 25 september
We rijden per touring car, fully airconditioned, door het savana woodland, een landschap dat er van bovenaf uit moet zien als losjes geplante boerenkool met daartussen wat peterselie. In werkelijkheid zijn het eucalyptusbomen met kleine palmbomen. De stammetjes zijn geblakerd, dat komt door het periodiek in brand steken van het dorre gras. We willen niet dat Kakadoo Park , ter grootte van ruim de randstad, een keer helemaal in de fik vliegt. Het staat namelijk op de World Heritage List. Maar ik zou indien nodig mijn eigen achtertuin ook gedeeltelijk affakkelen. Veel kans van, als je vaak de bbq aansteekt, zoals ik. De meeste rvieren hier heten Alligator River, in de smaken west, east en south. De een of andere wijsneus heeft in het verleden uitgemaakt dat hier alligators wonen, maar het zijn toch echt krokodillen, zij het met smalle alligator-achtige bekken. Er zijn twee smaken, salties en freshies. La Coste reddingsvlotten, voor als je in een Alligator River valt en bang bent voor alligators.
Het Aboriginal Cultural Center is wel aardig, maar het Museum in Darwin is toch beter. In de verplichte giftshop pikken we toch een DVD over Kakadu op. Op reis geldt:  als je iets ziet wat je leuk vindt, meteen doen, meteen aanschaffen. Straks kan het misschien niet meer. Wellicht is deze regel ook geldig in het normale bestaan.
De Yellow River Cruise is fantastisch leuk. Er zijn geen massieve hoeveelheden vogels in deze droge tijd (er komen trekvogels in het natte seizoen), maar het aantal soorten valt helemaal niet tegen. En natuurlijk liggen er de nodige crocs te zonnen (salties). De gids komt overal lekker dicht bij, zonder de vogels teveel te verstoren. Hij zet op tijd de motor uit en de boot glijdt naar zijn doel. Bij het instappen in de boot gokken we op een plaatsje links voorin de boot. Dat blijkt een goeie keus. Elke keer als er een stampede uitbreekt om goede foto’ s te kunnen nemen, zitten wij gewoon op de eerste rij. Ik zal een jaar niet klagen als ik de verkeerde rij bij de AH tref. Nou ja, zes maanden dan. Hoe leuk het is blijkt uit het feit dat de gids uitgebreid in zijn microfoon  moet grinniken als een grote black stork mevrouw een hele grote catfish vangt (een stork mevrouw herken je aan de wondermooie gele ogen) Ze werkt ‘ m in zijn geheel naar binnen, en schijnt vervolgens nogal de hik te krijgen. Manlief stork staat er wat beteuterd bij te kijken. Geen vis voor meneer.  Als we na anderhalf uur terugkeren aan de steiger, staat het aantal afgehapte vingers op een geruststellende nul. De gids dankt ons en zegt ons boh boh, goodbye, en drukt ons op het hart om dat boh boh niet overal in Australie te bezigen. Hij heeft namelijk geen flauw idee of het nog wat raars betekent in een andere Aboriginal-taal. Het was heerlijk koel op het water, en we zijn in staat om het  100 meter lange gloeiend hete parcours naar de airco van de bus af te leggen. Ratelband is er niets bij.       

‘s Middags na de lunch gaan we rotsschilderijen kijken bij Nourangie. Het is een grote rotspartij met een soort natuurlijke veranda’s, waar de aboriginals ab origine kwamen schuilen als de savane in de regentijd onderliep. Er was dan tijd om verhalen te vertellen, rotstekeningen te maken en dieren die ook droge poten wilden, te verorberen. De mooiste tekening dateert van ... 1964, toen op een prime spot een nieuw kunstwerk werd gemaakt ter vervanging van een vervaagde oude. Niets gaat eeuwig mee.En de nieuwe is even spiritueel als de oude. Niet alles werkt hetzelfde als in de westerse maatschappij. Er zijn in Kakadu Nat. Park vijfhonderd aboriginals die nog zo leven als in vroeger tijden. Er zijn uiteraard wat moderne adaptaties, maar ze proberen hun cultuur in stand te houden. Het land is van hun stam (opgeeist van de staat, en teruggekregen). De staat least het terug, en onderhoudt het National Park.

Als je Aboriginal bloed hebt, al is het maar een achtste, mag je lidmaatschap van de stam opeisen, met rechten en verantwoordelijkheden. Dat kan heel ver gaan. Donna vertelde over een collega van het ziekenhuis die banden had met een aboriginal familie. Ze had opeens een heleboel zusters, en kinderen, want de kinderen van je zuster zijn ook jouw kinderen. Toen een zuster, die ze nog nooit had gezien, overleed, werd ze verwacht op de begrafenis ceremonie. Ze kon zich echter niet vrij maken bij het ziekenhuis. Dus werd de begrafenis uitgesteld . Er niet bij zijn was er niet bij. Uiteindelijk kon er een eervolle plaatsvervanging geregeld worden. Al met al een intrigerend slag mensen, hoe meer ik er over hoor.
De buitentemperatuur is inmiddels gestegen tot boven de 40 graden, dus de wandeling naar de rotsschilderingen wordt een warme klus. Men wordt aangeraden water te drinken als ... water.
Aurora Lodge, waar we afgezet worden voor de nacht, blijkt een charmant tropisch park met paviljoentjes te zijn binnen het nationale park.  De paviljoentjes zijn onderverdeeld in ruime kamers voor de gasten. Het obligate zwembad is er ook, alhoewel voor Aussies misschien een eerste levensbehoefte. Zoals in het Vondelpark de zwermen halsbandparkieten rondvliegen, hebben we hier groepen witte kakatoe’s. Het krijsen is universeel.
   
In de bar kun je een Caesar salad bestellen en Crocodile&Kangaroo skewers met sla. De croc smaakt wat flauw, maar wel met een bite natuurlijk, de skippy is net hertenbiefstuk, neigend naar springbok. De drankjes moet je apart uit het loket naast het eetgedeelte betrekken.  We bestellen ook twee porties frites, waarmee je een half land uit de hongersnood kunt trekken. No shirt? no shoes? No service! Maar een polootje met slippers kunnen ermee door.
Morgen weer vroeg uit de veren, op expeditie naar East Alligator River, de grens met Arnhemland.
                               


Geen opmerkingen:

Een reactie posten