Gastvrouw Janette zet ons met haar Suzuki ‘s morgens af bij het museum in Darwin. Erg aardig van haar want het is hier stinkend warm. Darwin is niet groot qua inwoners (120.000), maar ook niet bepaald compact gebouwd. Wel erg modern, want in de zeventiger jaren verwoestte cycloon Tracy negentig procent van de gebouwen. De Esplanade langs het water heeft bepaald grandeur. En inderdaad, de stad is vernoemd naar de grote Charles.
Het museum herbergt onder andere een kleine maar fijne collectie aboriginal art. Vooral de schilderijen, traditioneel op een stuk boombast van een meter met bij vijftig cm, beschilderd met natuurlijke pigmenten, zijn erg intrigerend. Het onderwerp is meestal een bepaalde ceremonie, of het niet-geheime gedeelte ervan, en er hoort altijd een lang verhaal bij, doorspekt met oude mythologie. Bij voorbeeld over de Rainbow Snake, een mythisch wezen in de kleuren van de regenboog met goede en slechte krachten, en waarvan de stem weerklinkt in de geraas van de watervallen. Er hangt ook het resultaat van een contest onder kunstenaars, uitgeschreven door een telefoonmaatschappij, met moderne aboriginal kunst. Tachtig procent is interessant, een mooie score voor moderne kunst. Verder is en nog een hal met zeilscheepjes, zoals de laatste operationele parelvisser met ouderwets duikgerei en luchtpomp (Zie Kuifje en de schat van Scharlaken Rackham).
Verder een Indonesisch scheepje dat door de Australische kustwacht is geconfiskeerd wegens illegale haaienvinnenvangst, een Vietnamese bootvluchtelingenboot, en wat kano’ s uit Polynesie.
Heel geslaagd is de fotocollelectie van ene mevrouw Sweetie, met opnamen uit het dagelijkse leven van aboriginals.
En niet zonder humor, zoals een man op jacht voorzien van speren, een Sony videocamera en met een kindje op zijn rug, dat een reusachtige Coke-fles bij zich draagt.
We lunchen in de museumrestauratie, of liever op de veranda, waar een machtige rij ventilatoren koele lucht blaast, en het water gratis is. Ook hier hangt die speciale museumrestauratie sfeer. Die is universeel, het Victoria & Albert in Londen heeft het, het Metropolitan heeft het, het is heel prettig.
We wandelen door de Darwin Botanical Gardens (snik, wat heet) naar Dr’s Gully, waar je de vissen kan voeren met boterhammen. Er zijn milkfish,en diamond-backed mullet, die er prachtig uitzien. Ze zijn met honderden, en ze laten zich gemoedelijk aaien. Bijten doen ze niet, want ze hebben geen tanden. Een hoop lol voor een paar dollar.
Terug bij het B&B is het change into swimmers ofwel zwembroek aan, en een welverdiende duik in het zwembad (nou ja - badje, we willen de thuisblijvers niet teveel stangen) . Het is verrassend gevuld is met fris zout water. Aan de rand van het zwembad ontmoeten we Phil en Donna uit Melbourne, met wie we over van alles babbelen. Zij zetten hun reservering bij de Griek om naar vier personen, en zo beleven we een fijne en gezellige avond. Ook bij de Griek is het water gratis. En de wijn is koel, de geserveerde vissen groot en de bediening komt uit Quebec. En de muziek is inderdaad vagelijk Grieks.
Terug bij het B&B wacht ons een welverdiende duik in het zwembad (nou ja - badje, we willen de thuisblijvers niet teveel stangen) . Het is verrassend gevuld is met zout water. Aan de rand van het zwembad ontmoeten we Phil en Donna uit Melbourne, met wie we over van alles babbelen. Zij zetten hun reservering bij de Griek om naar vier personen, en zo beleven we een fijne en gezellige avond. Ook bij de griek is het water gratis. De wijn is koel, de geserveerde vissen groot en de bediening komt uit Quebec. En de muziek is inderdaad vagelijk Grieks.
De nacht is kort want Phil en Donna vliegen vroeg terug naar Melbourne, en wij worden om zes uur opgepikt voor de Kakadoo-expeditie. We wisselen nog snel de e-mail adressen uit. De wereld is een dorp.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten