dinsdag 27 september 2011

Kakadu National Park, maandag 26 september

Beste volgers en vrienden,                                          
We slapen vorstelijk uit tot half zeven, en laten ons oppikken door Paul met zijn 4WD bus. We ziin vandaagmet een kleine groep, elf man, en we zijn de enige niet-commonwealthers in het gezelschap: Engelsen,  Aussies en Nieuw-Zeelanders. We zijn hier dan ook ‘ the persons with heavy accent’.  Moeten zij maar eens zeggen:  ‘gehaktballetjes met suikerstroop’  lukt ze ech nie.
Paul neemt ons mee naar de mijnconcessie binnen het park:  Ranger Mine, waar ze in dagbouw uraniumerts winnen en verwerken tot yellow cake, het ruwe uranium oxide.
De  ‘pit’ is honderdtachtig meter diep, en er rijden kiepwagens ter grootte van de griekse staatsschuld op en neer om het erts op zeven verschillende hopen (elke ter grootte van de Nederlandse staatsschuld) te deponeren, al naar gelang de uraniumgehalte. Dat wordt gemeten door de wagen onder een geigerteller door te laten rijden.
Elders wordt het erts uit de zeven hopen gemengd tot een uniforme kwaliteit, tot zand gebonkt, en in de processing tank met zwavelzuur gemengd. Na vierentwintig uur wordt het oxide gescheiden van het restproduct . Dat wordt onder water gewaard, want er komt radioactief radon-gas vrij.
Het foute water wordt opgevangen in een kunstmatig meer, en geleidelijk via een zandfilter losgelaten in het park. Dat schijnt voldoende te zijn, om perfect schoon water te verkrijgen.
Eenen  ander wordt natuurlijk aanschouwd vanachter gedegen hekwerk, want de toeristen mogen niet in de pit vallen. We krijgen vandaag immers ook nog de Alligator River.  
De volgende stop is Ubirr, waar weer prachtige rotsschilderingen te bewonderen zijn. Sommige zijn echt oud, tot 20.000 jaar. Er is natuurlijk sprake van overschildering nadat het oude werk is vervaagd.  En er is een ontwikkeling zichtbaar, van handstencils (je drukt je hand tegen de rots, en met de andere poedel je er pigment omheen),  afbeeldingen van dieren en vruchten in toenemende detaillering tot personen met een pijp in de mond (Balanda’s ofwel de eerste Hollanders). Er is een uitkijkpunt, waar je prachtig over de omgeving uit kan kijken tot in Arnhemland. Gretige tongen beweren dat de Crocodile Dundee film hier in de buurt is opgenomen. Da’s fijn, want dat straalt toch op je af als simpele aboriginal. En als simpele toerist.


De East Alligator River vormt de grens met Arnhemland. De toeristen die de uranium-pit hebben overleefd, schepen zich in op een vaartuig van Guluyambi Cruise voor een tochtje over het water. We hebben drie uiterst vriendelijke leden van de plaatselijke clan aan boord, die behendig sturen en in driedubbel gebroken engels de tocht van commentaar voorzien. Onderling spreken ze hun eigen taal. Het klinkt als een beekje vol bloemenwater.  Ze hoeven niemand te waarschuwen te ver overboord te leunen, want het is iedereen duidelijk, dat dit een serieuze krokodillenrivier is. Her en der liggen de lange loerissen op de zandbanken, of afgemeerd langs de oever. Bewegingloos, vaak met de bek open, ter koeling van het brein schijnt het. De zwemmende exemplaren die we zien, duiken met een slag van de staart onder en verdwenen zijn ze in het merky water. Brrr...


We worden vriendelijk uitgenodigd, om even aan land te komen in Arnhemland, hun land. Daar laten ze zien hoe een kuiloven werkt, met stenen, T-tree bladeren als kruid, paperbark als brandstof, en bijvoorbeeld vis. Dit alles helaas niet in het echt, anders ben je een dag bezig. Ook demonstreren ze een punishment spear, met een houten punt met weerhaken, die door je dij wordt gestoten. Gelukkig niet voor het echie, want dan ben je wel even zoet. Vroeger werd je zo gestraft als je ernstig voedsel verkwistte. Nu mag het natuurlijk niet meer.  Vervolgens een demonstratie hoeveer je een speer kan gooien met een spearthrower. Echt ver het water in, bijna de overkant, en onder applaus.  Ze maken overigens onderscheid tussen een landspeer en waterspeer. Die laatste is gemaakt van balsa-achtig hout. Als je vanuit de boot een vis spiest, en je mist, komt de speer vanzelf vrijwel weer terug in je hand. De landspeer is van ironwood, dat kei en keihard is.
We steken weer van wal, vissen de verre speren uit het water (ze worden met een stok uit het water gevist),en varen terug naar de steiger. Van een initieel wat onwennige sfeer aan boord zijn we nu aangeland bij oprechte saamhorigheid en nemen hartelijk afscheid van onzen gidsen. Boh Boh! 
Terug in Aurora Lodge gaan we gezellig inde bar eten met  John & Pat uit de buurt van Lancaster, Engeland. John heeft het juiste antwoord op de question of life, the universe & everything  (forty-two), en overigens ook de juiste graad van Engelse humor.  Pat had voor een charity dinner Lord Philips uitgenodigd van de High Court, die de uitnodiging tot haar verrassing accepteerde. John moet hem van de trein halen en was voor de occasie gekleed in bilentikker en bow tie en alles. Hij had geen idee hoe deze Lord eruit zag, en ging in de volle stationsrestauratie vragen of hij wellicht al was gearriveerd. ‘Yes milord, you are being expected’. Vertwijfeld staat John op het perron, tot hij wordt aangesproken door een onopvallende, maar keurige heer. ‘I believe you are looking for me, I am Lord Philips’.   
Met het uitwisselen van dit soort verhalen komen we de avond prettig door. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten